Publié le 05/11/2014
   

FR   NL  

Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, § 1, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 29.


Ontbreken van loon
Art. 30.
01/03/2013 § 1. Voor de gecontroleerde volledige werkloze gerechtigde die zich bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid bevindt in de eerste of tweede vergoedingsperiode in de zin van artikel 114, § 1 of § 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hierna het koninklijk besluit van 25 november 1991 genoemd, en wiens werkloosheidsuitkering op basis van het tijdens een periode van tewerkstelling verdiende loon werd berekend of zou zijn berekend als er geen toepassing was geweest van artikel 115 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, is het gederfde loon gelijk aan het gemiddeld dagloon dat op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid in aanmerking zou worden genomen voor het vaststellen van het bedrag van de werkloosheidsuitkering.
01/11/2012 Voor de gerechtigde, bedoeld in artikel 127, § 1, 1° of § 2 of in artikel 127, § 1, 7°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991, die een anciënniteitstoeslag geniet in de hoedanigheid van werknemer met gezinslast, wordt het overeenkomstig het vorige lid vastgestelde gederfd loon verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met de anciënniteitstoeslag bedoeld, naargelang het geval, in het voormelde artikel 127, § 1, 1° of 7°, aangepast aan het indexcijfer op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid en gedeeld door 0,6.
01/03/2013 § 2. Voor de gecontroleerde volledige werkloze gerechtigde die zich bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid bevindt in de derde vergoedingsperiode in de zin van artikel 114, § 3 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 en die een forfaitaire werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 114, § 3 of § 4, 1° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 geniet, wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid was aangevangen op de laatste werkloosheidsdag van de tweede vergoedingsperiode.
01/03/2013 Voor de gerechtigde, bedoeld in artikel 127, § 1, 8° van het koninklijk besluit van 25 november 1991, die een anciënniteitstoeslag geniet in de hoedanigheid van werknemer met gezinslast, wordt het overeenkomstig het vorige lid vastgestelde gederfde loon verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met de anciënniteitstoeslag bedoeld in het voormelde artikel 127, § 1, 8°, aangepast aan het indexcijfer op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid en gedeeld door 0,6.
15/11/2014 § 2/1. Voor de gerechtigden die een uitkering als bedoeld in de artikelen 36, 36ter, 36quater of 36sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering genieten, is het gederfde loon gelijk aan het minimumloon dat op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid door het aanvullend nationaal paritair comité voor bedienden is vastgesteld voor een bediende van categorie I met een beroepservaring van niveau 0. Dit gederfde loon wordt eveneens in aanmerking genomen voor de gerechtigde die in toepassing van artikel 131 van de gecoördineerde wet zijn recht op uitkeringen behoudt na het verlies van de in artikel 86, § 1, 1°, c) van de gecoördineerde wet bedoelde hoedanigheid van gerechtigde die hij wegens het genot van een uitkering als bedoeld in de artikelen 36, 36ter, 36quater of 36sexies van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991 bezat, evenals voor de gerechtigde bedoeld in artikel 86, § 1, 3° van de gecoördineerde wet die voor de aanvang van de periode van voortgezette verzekering een uitkering als bedoeld in de artikelen 36, 36ter, 36quater of 36sexies van het voornoemde koninklijk besluit heeft genoten.
01/03/2013 Voor de gerechtigde die zich, bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid niet in de voorwaarden voorzien bij de artikelen 23 tot 30, § 1, § 2 of § 2/1, eerste lid bevindt, is het gederfde loon gelijk aan het minimumloon dat op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid door het aanvullend nationaal paritair comité voor bedienden is vastgesteld voor een bediende van categorie I met 9 jaren beroepservaring.
01/12/1997 § 3.
01/03/2013 a) Voor de gerechtigde die bij toepassing van artikel 103 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 uitkeringen geniet over halve dagen, wordt het in § 1 of § 2... bedoelde gederfde loon vermenigvuldigd met een breuk met als teller het aantal halve werkloosheidsuitkeringen per week die werden toegekend of toegekend zouden zijn op basis van de theoretische wekelijkse uitkeringsregeling en met als noemer 12.
01/03/2013 b) Voor de gerechtigde die aan het einde van zijn laatste tijdvak van tewerkstelling de hoedanigheid had van seizoenarbeider of uitzendkracht, wordt het in § 1 , § 2 of § 2/1, tweede lid bedoelde gederfde loon aangepast overeenkomstig hetgeen in artikel 27 is bepaald.
01/03/2013 c) Voor de gerechtigde die bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid niet aan de in de artikelen 23 tot 27 gestelde voorwaarden voldoet om een andere reden dan werkloosheid, en die aan het einde van zijn laatste tijdvak van tewerkstelling deeltijds was tewerkgesteld, wordt het in § 2/1, tweede lid bedoelde gederfde loon vermenigvuldigd met een breuk met als teller het gemiddeld aantal arbeidsuren per week, zoals vastgesteld in de schriftelijke arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement, en met als noemer het gemiddeld wekelijks aantal arbeidsuren van een werknemer die in dezelfde onderneming of bij ontstentenis in dezelfde bedrijfstak in een gelijkaardige functie voltijds tewerkgesteld is.


Art. 31.

FR   NL   [Affichage pour impression]