Verord. uitkeringen van 16-4-1997

Résumé: De hierna vermelde bijlagen en artikelen kan u terugvinden in de tabel met bijlagen die zich onder de inhoudstafel bevindt: bijlagen 1 tot 11 en artikelen 23/1 en 24/1

Note: Met volledige historiek

Tekst bijgewerkt tot het B.S. 12-7-2019

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]


Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoÖrdineerd op 14 juli 1994

...

Uitzendkracht, seizoenarbeider en tijdelijke werknemer

Art. 27.

§ 1. Voor de uitzendkracht en de seizoenarbeider die voldoen aan de bij artikel 23, eerste lid, bepaalde voorwaarden, wordt het gemiddeld dagloon verkregen door het uurloon te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller overeenstemt met het gemiddeld aantal arbeidsuren per week van de referentiepersoon en waarvan de noemer gelijk is aan zes.

Het bedrag van het gemiddeld dagloon bedoeld in het eerste lid wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan de som van het aantal arbeidsuren bedoeld in artikel 203 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 dat de gerechtigde totaliseert voor het tweede en derde inhoudingskwartaal voorafgaand aan het kalenderkwartaal waarin hij arbeidsongeschikt is geworden en waarvan de noemer gelijk is aan 988.

Indien de uitzendkracht of de seizoenarbeider bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid gerechtigde is op het recht op uitkeringen in de zin van artikel 86, § 1, van de gecoördineerde wet sedert minder dan de bedoelde periode in het voorgaande lid, wordt er in de teller rekening gehouden met het aantal voornoemde arbeidsuren dat de gerechtigde totaliseert voor het eerste en tweede inhoudingskwartaal voorafgaand aan het kalenderkwartaal waarin hij arbeidsongeschikt is geworden.

Indien de uitzendkracht of de seizoenarbeider bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid gerechtigde is op het recht op uitkeringen in de zin van artikel 86, § 1, van de gecoördineerde wet sedert minder dan de in de voorgaande leden bedoelde periodes, wordt er in de teller rekening gehouden met het aantal voornoemde arbeidsuren van de periode die een aanvang neemt op de datum waarop hij de bovenvermelde hoedanigheid van gerechtigde heeft verworven en verstrijkt de dag vóór de arbeidsongeschiktheid en in de noemer met het aantal werkuren dat deze periode telt. Dit aantal uren wordt verkregen door het aantal werkdagen van de genoemde periode te vermenigvuldigen door het gemiddeld aantal arbeidsuren per dag, uitgedrukt in een zesdagenstelsel. De wettelijke feestdagen worden op dezelfde grond in aanmerking genomen als de werkdagen.

§ 2. De periodes van inactiviteit die in aanmerking worden genomen voor het onderzoek van de verzekerbaarheidsvoorwaarden worden gelijkgesteld met arbeidsuren bedoeld in § 1, ten belope van het aantal arbeidsuren dat de gerechtigde in de loop van deze periodes zou hebben vervuld.

§ 3. Als de uitzendkracht of de seizoenarbeider voor de twee refertekwartalen bedoeld in § 1, tweede en derde lid, een aantal arbeidsuren en gelijkgestelde uren aantoont gelijk aan ten minste 874 uren of aan het minimum aantal arbeidsuren aangepast in functie van de referteperiode bedoeld in § 1, vierde lid, wordt het gemiddeld dagloon niet vermenigvuldigd met de breuk bedoeld in de voornoemde leden.

Als de uitzendkracht of de seizoenarbeider bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid deeltijds is tewerkgesteld en aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid voldoet, wordt het gemiddeld dagloon, in afwijking van de bepalingen van § 1, verkregen door het uurloon te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller overeenstemt met het gemiddeld aantal arbeidsuren per week van de werknemer en waarvan de noemer gelijk is aan zes.

Als de uitzendkracht of de seizoenarbeider bij het begin van de arbeidsongeschiktheid eveneens in een andere hoedanigheid is tewerkgesteld, mag het gemiddeld aantal uren per week bedoeld in het voorgaande lid niet hoger zijn dan het gemiddeld aantal uren per week van de referentiepersoon, voor alle tewerkstellingen.

Art. 28.

Voor de gerechtigde die is tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid, wordt het gederfde loon berekend overeenkomstig artikel 23, of artikel 27, indien hij is tewerkgesteld als uitzendkracht.

Art. 29.

Opgeheven bij: Verord. 18-9-02 - B.S. 9-11 - ed. 1

...

msg_kfichiers_annexes
msg_kVersion_deEn vigueur le
Annexe 0101/12/1997
  "   "  01/01/2016
Annexe 0201/12/1997
Annexe 0301/01/2004
  "   "  01/01/2006
  "   "  01/01/2012
  "   "  15/11/2014
  "   "  01/01/2015
  "   "  27/04/2015
  "   "  30/06/2016
  "   "  30/12/2016
  "   "  01/01/2019
  "   "  01/07/2019
Annexe 0401/01/2003
  "   "  01/01/2006
Annexe 05-1bis26/12/2010
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-101/12/1997
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/08/2015
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-2bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-201/12/1997
  "   "  01/01/2016
Annexe 06bis26/12/2010
Annexe 0601/12/1997
  "   "  12/04/2013
Annexe 07-1bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 07-101/12/1997
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/08/2015
Annexe 07-2bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 07-201/12/1997
Annexe 0801/12/1997
  "   "  01/01/2006
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/01/2016
  "   "  01/01/2019
Annexe 0901/12/1997
Annexe 1001/12/1997
Annexe 1101/07/2002
  "   "  01/04/2006
23-130/12/2016
24-101/07/2015

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]