Verord. uitkeringen van 16-4-1997

Résumé: De hierna vermelde bijlagen en artikelen kan u terugvinden in de tabel met bijlagen die zich onder de inhoudstafel bevindt: bijlagen 1 tot 11 en artikelen 23/1 en 24/1

Note: Met volledige historiek

Tekst bijgewerkt tot het B.S. 12-7-2019

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]


Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoÖrdineerd op 14 juli 1994

...

HOOFDSTUK IIBIS. - BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP HET VADERSCHAPSVERLOF OF GEBOORTEVERLOF, HET ADOPTIEVERLOF EN HET PLEEGOUDERVERLOF RESPECTIEVELIJK BEDOELD IN DE ARTIKELEN 223BIS, 223TER EN 223 QUINQUIES VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 3 JULI 1996.

Afdeling I. - In aanmerking te nemen gederfd loon voor de berekening van de uitkering voor het vaderschapsverlof of geboorteverlof, het adoptieverlof en het pleegouderverlof respectievelijk bedoeld in de artikelen 223bis, 223ter en 223quinquies van het koninklijk besluit van 3 juli 1996.

Art. 52quinquies.

§ 1. Het gederfde loon, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de uitkering voor de zeven dagen vaderschapsverlof of geboorteverlof, bedoeld in artikel 223bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 23 tot 28 dat zou zijn toegekend voor die dagen, indien de werknemer zich niet in een tijdvak van vaderschapsverlof of geboorteverlof had bevonden.

Om het dagloon vast te stellen bedoeld in het eerste lid, wordt evenwel geen rekening gehouden met het aantal werkdagen gelegen in de referentieperiode, maar met het aantal dagen tijdens welke de werknemer normaal gewerkt zou hebben tijdens deze periode.

Voor de uitzendkracht en voor de seizoenarbeider, bedoeld in artikel 27, wordt het gederfde loon vastgesteld overeenkomstig artikel 27, zonder dat op dit loon de op grond van die bepaling vastgestelde reductiecoëfficiënt wordt toegepast.

§ 2. Het gederfde loon, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de uitkering toe te kennen voor de werkdagen van de periode van adoptieverlof, bedoeld in artikel 223ter van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 23 tot 28.

§ 3. Het gederfde loon dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de uitkering toe te kennen voor de werkdagen van de periode van pleegouderverlof, bedoeld in artikel 223quinquies van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 23 tot 28.

Afdeling II.- Te vervullen formaliteiten voor het bekomen van de uitkering voor vaderschapsverlof of geboorteverlof, adoptieverlof en pleegouderverlof respectievelijk bedoeld in de artikelen 223bis, 223ter en 223quinquies van het koninklijk besluit van 3 juli 1996.

Art. 52sexies.

§ 1. De werknemer die aanspraak wenst te maken op de uitkering voor vaderschapsverlof of geboorteverlof, bedoeld in artikel 223bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, moet hiertoe een aanvraag indienen bij zijn verzekeringsinstelling. Bij die aanvraag moet een uittreksel van de geboorteakte van het kind worden gevoegd.

Als de afstamming niet vaststaat, dient de gerechtigde die het geboorteverlof wenst op te nemen een verklaring op erewoord aan de verzekeringsinstelling te bezorgen waarbij wordt bevestigd dat hij de voorwaarden vervult om aanspraak te maken op dit verlof krachtens de voorrangsorde bepaald in artikel 30, § 2, tweede lid van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en, als hij zich bevindt in de situatie bedoeld in artikel 30, § 2, tweede lid, 2° of 3°, van dezelfde wet, dat hij met de moeder niet verbonden is door een band van bloedverwantschap die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor geen ontheffing door de Koning kan worden verleend.

De bepalingen van artikel 10 zijn ook van toepassing op de werknemer die aanspraak wenst te maken op de uitkering voor het voormelde vaderschapsverlof of geboorteverlof, voor zover die betrekking hebben op die situatie. De vereiste gegevens moeten overgemaakt worden bij het einde van het voormelde verlof.

De bepalingen van artikel 10 zijn ook van toepassing op de werknemer die aanspraak wenst te maken op de uitkering voor het voormelde vaderschapsverlof, voor zover die betrekking hebben op die situatie. De vereiste gegevens moeten overgemaakt worden bij het einde van het vaderschapsverlof.

§ 2. De werknemer die aanspraak wenst te maken op de uitkering voor adoptieverlof bedoeld in artikel 223ter van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, moet hiertoe een aanvraag indienen bij zijn verzekeringsinstelling. Opdat die aanvraag in aanmerking kan worden genomen, moet het kind deel uitmaken van het gezin van de werknemer. Dit bewijs volgt uit de informatie, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, of bij gebrek daaraan, uit een document dat de inschrijving van het kind aantoont in het bevolkingsregister of in het vreemdelingen-register van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van zijn gezin.

Opdat de aanvraag bedoeld in het eerste lid door de verzekeringsinstelling in aanmerking kan worden genomen, verstrekt de werknemer aan zijn verzekeringsinstelling het document ter staving van de gebeurtenis die het recht op adoptieverlof doet ontstaan :

a) in geval van een binnenlandse adoptie, een kopie van het attest van de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap waaruit blijkt dat het kind zich in een lopende adoptieprocedure bevindt en met dit doel aan deze werknemer als adoptant is toevertrouwd;

b) in geval van een interlandelijke adoptie, een kopie van de beslissing tot erkenning van de buitenlandse adoptie afgeleverd door de Dienst internationale adoptie van de FOD Justitie of een uittreksel van de akte van adoptie of, als de twee voormelde documenten niet beschikbaar zijn op het ogenblik van de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar deze werknemer zijn verblijfplaats heeft, een kopie van het attest van de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap waaruit blijkt dat het kind zich in een lopende adoptieprocedure bevindt en met dit doel aan deze werknemer als adoptant is toevertrouwd.

In afwijking van de vorige leden, kan de aanvraag al in aanmerking worden genomen vóór de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft als deel uitmakend van zijn gezin, op voorwaarde dat de werknemer een kopie van het document voorlegt dat de goedkeuring van de beslissing door de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap om het kind aan de adoptant toe te vertrouwen overeenkomstig artikel 361-3, 5° of artikel 361-5, 4° van het Burgerlijk Wetboek bewijst wanneer hij het adoptieverlof overeenkomstig artikel 30ter, § 1/1, tweede lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten opneemt.

Wanneer er twee adoptieouders zijn, kan de aanvraag van de werknemer die gebruik maakt van het recht op de bijkomende week of weken bedoeld in artikel 30ter, § 1, tweede lid, van de voormelde wet van 3 juli 1978, slechts in aanmerking worden genomen als hij een verklaring op erewoord voorlegt die, al naargelang het geval, de verdeling van deze weken tussen de twee adoptieouders of de toewijzing van deze week of weken aan de enige adoptieouder die van dit recht gebruik maakt, vastlegt.

De bepalingen van artikel 10 zijn ook van toepassing op de werknemer die aanspraak wenst te maken op de uitkering voor het voormelde adoptieverlof, voor zover die betrekking hebben op die situatie.

De bepalingen van artikel 18, eerste en derde lid zijn van toepassing bij het einde van de periode van voormeld adoptieverlof.

§ 3. De werknemer die aanspraak wenst te maken op de uitkering voor pleegouderverlof bedoeld in artikel 223quinquies van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, moet hiertoe een aanvraag indienen bij zijn verzekeringsinstelling. Opdat die aanvraag in aanmerking kan worden genomen, moet het kind dat is geplaatst in het kader van langdurige pleegzorg bedoeld in artikel 30sexies, § 6, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, deel uitmaken van het gezin van de werknemer. Dit bewijs volgt uit de informatie, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, of bij gebrek daaraan, uit een document dat de inschrijving van het kind aantoont in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de werknemer zijn verblijfplaats heeft, als deel uitmakend van zijn gezin.

Opdat de aanvraag bedoeld in het eerste lid door de verzekeringsinstelling in aanmerking kan worden genomen, verstrekt de werknemer haar ook een kopie van het document waaruit de plaatsing van het kind bij hem overeenkomstig de toepasselijke regelgeving inzake jeugdbijstand en jeugdbescherming blijkt.

Wanneer er twee pleegouders zijn, kan de aanvraag van de werknemer die gebruik maakt van het recht op de bijkomende week of weken bedoeld in artikel 30sexies, § 1, tweede lid, van de voormelde wet van 3 juli 1978, slechts in aanmerking worden genomen als hij een verklaring op erewoord voorlegt die, al naargelang het geval, de verdeling van deze weken tussen de twee pleegouders of de toewijzing van deze week of weken aan de enige pleegouder die van dit recht gebruik maakt, vastlegt.

De bepalingen van artikel 10 zijn ook van toepassing op de werknemer die aanspraak wenst te maken op de uitkering voor het voormelde pleegouderverlof, voor zover die betrekking hebben op die situatie.

De bepalingen van artikel 18, eerste en derde lid, zijn van toepassing bij het einde van de periode van voormeld pleegouderverlof.

...

msg_kfichiers_annexes
msg_kVersion_deEn vigueur le
Annexe 0101/12/1997
  "   "  01/01/2016
Annexe 0201/12/1997
Annexe 0301/01/2004
  "   "  01/01/2006
  "   "  01/01/2012
  "   "  15/11/2014
  "   "  01/01/2015
  "   "  27/04/2015
  "   "  30/06/2016
  "   "  30/12/2016
  "   "  01/01/2019
  "   "  01/07/2019
Annexe 0401/01/2003
  "   "  01/01/2006
Annexe 05-1bis26/12/2010
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-101/12/1997
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/08/2015
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-2bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-201/12/1997
  "   "  01/01/2016
Annexe 06bis26/12/2010
Annexe 0601/12/1997
  "   "  12/04/2013
Annexe 07-1bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 07-101/12/1997
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/08/2015
Annexe 07-2bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 07-201/12/1997
Annexe 0801/12/1997
  "   "  01/01/2006
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/01/2016
  "   "  01/01/2019
Annexe 0901/12/1997
Annexe 1001/12/1997
Annexe 1101/07/2002
  "   "  01/04/2006
23-130/12/2016
24-101/07/2015

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]