Publié le 21/01/2014
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 24 oktober 1936 houdende wijziging en samenordening van de statuten der Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden

Art. 109ter.


Art. 110.
01/01/2003 § 1. De vergoeding voor primaire ongeschiktheid is verschuldigd aan elke verzekerde die, op het ogenblik dat zijn werkongeschiktheid begint:
01/01/2003 a) een werk verricht dat aanleiding geeft tot toepassing van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke zekerheid der zeelieden ter koopvaardij;
01/01/2003 b) wachtvergoeding uit de Pool van de zeelieden ter koopvaardij trekt;
01/01/2003 c) in de immuniteitsperiode is bedoeld bij artikel 119;
01/01/2003 d) nog steeds in een periode van werkongeschiktheid is welke reeds aanleiding heeft gegeven tot vergoeding of in de bij artikel 88, zesde lid, bepaalde voorwaarden verkeert;
01/01/2003 e) in een periode van werkongeschiktheid verkeert welke aansluit bij een rustperiode bij bevalling;
01/01/2003 f) in een toestand van primaire werkongeschiktheid is, vergoed krachtens de bepalingen toegepast op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit;
01/01/2003 g) in een periode van werkongeschiktheid verkeert bij het verstrijken van een periode van voortgezette verzekering;
01/01/2003 h) in een periode van arbeidsongeschiktheid verkeert, die aansluit op niet-bezoldigde dagen gewettigde afwezigheid, ten belope van maximum tien per jaar, wegens dwingende redenen toegekend in toepassing van sectoriële collectieve overeenkomsten, ondernemingsovereenkomsten of individuele overeenkomsten tussen reder en zeeman.
01/02/2014 i) in een periode van arbeidsongeschiktheid verkeert, die aansluit op de verloven bedoeld in de artikelen 106, § 5 en 106bis.
01/01/2003 § 2. De invaliditeitsvergoeding is verschuldigd aan de verzekerde die het einde van de bij artikel 88 bepaalde primaire ongeschiktheidsperiode bereikt heeft.

Art. 110bis.

FR   NL   [Affichage pour impression]