Artikel 1.
Gepubliceerd op 06/11/2006
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 14 mei 2003 tot vastelling van de voorwaarden waarin een tegemoetkoming kan worden toegekend voor de verstrekkingen omschreven in artikel 34, 13°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoordineerd op 14 juli 1994

Afdeling I - Definities
Artikel 1.
01/04/2003 Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan:
01/04/2003 onder "de wet": de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;
01/04/2003 onder "geďntegreerde dienst voor thuisverzorging": de gezondheidszorgvoorziening erkend overeenkomstig het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vaststelling van de normen voor de bijzondere erkenning van geďntegreerde diensten voor thuisverzorging, ingeschreven bij het RIZIV;
01/04/2003 onder "coördinatiecentrum": het coördinatiecentrum erkend overeenkomstig het decreet van de Franse Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 4 maart 1999 houdende de erkenning en de subsidiëring van centra die instaan voor de coördinatie van de zorgverstrekking en de diensten voor thuisverpleging en de diensten voor palliatieve verzorging en nazorg;
01/04/2003 onder "zorgplan": een document dat de volgende elementen omvat:
01/04/2003 - de geplande zorg van de patiënt,
01/04/2003 - het functioneel bilan van de activiteiten van het dagelijks leven en van de instrumentele activiteiten van het dagelijks leven,
01/04/2003 - het bilan van het formele en informele verzorgingsnetwerk,
01/04/2003 - het bilan van de omgeving en de eventuele aanpassing van die omgeving,
01/04/2003 - de taakafspraken tussen zorg- en hulpverleners;
01/04/2003 onder "zorgverleners": de doctors in de genees-, heel- en verloskunde, de artsen, de licentiaten in de tandheelkunde en de tandartsen, de apothekers, de vroedvrouwen, die wettelijk gemachtigd zijn om hun kunst uit te oefenen; de kinesitherapeuten, de verpleegkundigen, de paramedische medewerkers en de geďntegreerde diensten voor thuisverzorging zoals bepaald in artikel 2 van de wet;
01/01/2006 onder "hulpverleners": psychologen, psychotherapeuten, ergotherapeuten, maatschappelijk werkers, deskundigen van een dienst voor gezinszorg en deskundigen van een uitleendienst, vertegenwoordigd in of een overeenkomst hebbende met een geďntegreerde dienst voor thuisverzorging;
01/01/2006 onder "jaar": een kalenderjaar van 1 januari tot en met 31 december;
01/01/2006 onder "patiënt": de persoon
01/01/2006 - die thuis verblijft of opgenomen is in een instelling waarbij een terugkeer naar de thuisomgeving is gepland binnen de acht dagen en
01/01/2006 - waarvan verondersteld wordt dat hij nog ten minste één maand thuis zal blijven met een vermindering van fysieke zelfredzaamheid;
01/01/2006 onder "PVS-patiënt": de persoon die ten gevolge van een acute hersenbeschadiging (ernstige schedeltrauma, hartstilstand, aderbloeding...), gevolgd door een coma, waarbij de ontwaaktechnieken de situatie niet hebben kunnen verbeteren, een volgende status behoudt:
01/01/2006 - ofwel een persisterende neurovegetatieve status, namelijk:
01/01/2006 1. getuigt van geen enkele vorm van bewustzijn van zichzelf of de omgeving en is niet in staat met anderen te communiceren;
01/01/2006 2. geeft geen enkele volgehouden, repliceerbare, gerichte en vrijwillige respons op stimulatie van het gezichtsvermogen, het gehoor, de tastzin of pijnprikkels;
01/01/2006 3. geeft geen enkel teken van welke vorm van taalvermogen dan ook, noch wat het begripsvermogen noch wat de spreekvaardigheid betreft;
01/01/2006 4. kan soms spontaan de ogen openen, oogbewegingen maken, zonder daarom personen of voorwerpen met de ogen te volgen;
01/01/2006 5. kan een slaap-waakritme hebben en ontwaakt dus mogelijkerwijs met tussenpozen (zonder bij bewustzijn te komen);
01/01/2006 6. de hypothalamische en trunculaire functies zijn nog voldoende intact om te kunnen overleven met medische en verpleegkundige verzorging;
01/01/2006 7. vertoont geen emotionele reactie op verbale aanmaningen;
01/01/2006 8. vertoont urinaire en fecale incontinentie;
01/01/2006 9. vertoont tamelijk intacte schedel- en ruggenmergreflexen.
01/01/2006 En dat sinds minstens drie maanden
01/01/2006 - ofwel een minimaal responsieve status (MRS), die verschilt van de neurovegetatieve status, omdat de patiënt zich in een bepaald opzicht van zichzelf en de omgeving bewust is. Soms is hij/zij in staat een gerichte beweging te maken of te reageren op bepaalde stimuli door te huilen of te lachen, met ja of nee via bewegingen of articulatie. De constante aanwezigheid van een van die tekens volstaat om de patiënt als MRS te categoriseren. De afhankelijkheid blijft totaal, met hersenschorsgebreken die niet kunnen worden onderzocht en verregaande sensorische en motorische gebreken;
01/01/2006 10° onder "deskundig zieknhuiscentrum": één van de deskundige ziekenhuiscentra die zijn opgenome in bijlage 2 van het protocol betreffende het gezondheidsbeleid t.a.v. patiënten in een persisterende vegetatieve status van 24 mei 2004.
16/11/2006 11° "psychiatrisch patiënt": de persoon met een chronische en complexe psychiatrische problematiek, zoals vastgesteld in het koninklijk besluit van 22 oktober 2006 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder het Verzekeringscomité overeenkomsten kan sluiten met toepassing van artikel 56, § 2, eerste lid, 3°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de financiering van de therapeutische projecten inzake geestelijke gezondheidszorg.
16/11/2006 12° "therapeutisch project": project dat beantwoordt aan de voorwaarden die zijn vastgesteld in het voornoemde koninklijk besluit van 22 oktober 2006 en dat in een overeenkomst met het Verzekeringscomité in uitvoering van dat besluit is opgenomen.


Afdeling II - Verstrekkingen voor de patiënten omschreven in artikel 1, 8°

Art. 2.

FR   NL   [Weergave voor afdruk]