Art. 2.
Gepubliceerd op 30/11/2005
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 14 mei 2003 tot vastelling van de voorwaarden waarin een tegemoetkoming kan worden toegekend voor de verstrekkingen omschreven in artikel 34, 13į, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoordineerd op 14 juli 1994

Artikel 1.


Afdeling II - Verstrekkingen voor de patiŽnten omschreven in artikel 1, 8į
Art. 2.
01/01/2006 De verstrekkingen bedoeld in artikel 34, eerste lid, 13į van de wet worden voor de patiŽnten omschreven in artikel 1, 8į, vastgelegd als volgt:
01/01/2006 Multidisciplinair overleg:
01/01/2006 a) Het multidisciplinair overleg concretiseert in het kader van de thuisverzorging de evaluatie van de zelfredzaamheid van de patiŽnt, de uitwerking en de opvolging van een zorgplan en de taakafspraken tussen zorg- en hulpverleners.
01/01/2006 b) Het initiatief voor het multidisciplinair overleg in het kader van de geÔntegreerde dienst voor thuisverzorging kan door elke betrokkene worden genomen. De geÔntegreerde dienst voor thuisverzorging organiseert en valideert het overleg. De deelnemers, behalve de verplichte zorgverleners, worden in samenspraak met de geÔntegreerde dienst voor thuisverzorging vastgelegd.
01/01/2006 c) De patiŽnt of zijn vertegenwoordiger stemt in met de evaluatie en met de betrokken deelnemers aa het overleg. De patiŽnt of zijn vertegenwoordiger heeft het recht bij het overleg aanwezig te zijn.
01/01/2006 d) De evaluatie gebeurt op grond van een evaluatieinstrument dat toelaat na te gaan welke mogelijkheden de persoon heeft om zijn zelfredzaamheid te behouden en welke relevante zorgbehoefte daartoe bestaat, zowel wat de formele verzorging als de informele helpers betreft. In afwachting dat de Minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft een evaluatieinstrument vastlegt, kiest de geÔntegreerde dienst voor thuisverzorging de evaluatieschaal uit de lijst van evaluatieinstrumenten vastgelegd door het Comitť van de verzekering voor geneeskundige verzorging.
01/01/2006 e) Ten minste drie zorgverleners nemen deel aan het overleg waaronder verplicht:
01/01/2006 - de huisarts;
01/01/2006 - de thuisverpleegkundige, indien de patiŽnt thuisverpleging ontvangt.
01/01/2006 f) De patiŽnt of een door hem aangeduide mantelzorger moet aanwezig zijn, behalve indien de patiŽnt verklaart dat zijn aanwezigheid of die van zijn mantelzorger niet vereist is.
01/01/2006 Registratie:
01/01/2006 De geÔntegreerde dienst voor thuisverzorging staat in voor de praktische ondersteuning van de evaluatie en het overleg en registreert de activiteiten, omschreven in artikel 9 van het koninklijk besluit van 8 juli 2002 tot vastlegging van de normen voor de bijzondere erkenning van geÔntegreerde diensten voor thuisverzorging.


Afdeling III - Verstrekkingen voor de patiŽnten omschreven in artikel 1, 9į

Art. 3.

FR   NL   [Weergave voor afdruk]