Verord. uitkeringen van 16-4-1997

Résumé: De hierna vermelde bijlagen en artikelen kan u terugvinden in de tabel met bijlagen die zich onder de inhoudstafel bevindt: bijlagen 1 tot 11 en artikelen 23/1 en 24/1

Note: Met volledige historiek

Tekst bijgewerkt tot het B.S. 12-7-2019

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]


Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoÖrdineerd op 14 juli 1994

...

Ontbreken van loon

Art. 30.

§ 1. Voor de gecontroleerde volledige werkloze gerechtigde die zich bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid bevindt in de eerste of tweede vergoedingsperiode in de zin van artikel 114, § 1 of § 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, hierna het koninklijk besluit van 25 november 1991 genoemd, en wiens werkloosheidsuitkering op basis van het tijdens een periode van tewerkstelling verdiende loon werd berekend of zou zijn berekend als er geen toepassing was geweest van artikel 115 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, is het gederfde loon gelijk aan het gemiddeld dagloon dat op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid in aanmerking zou worden genomen voor het vaststellen van het bedrag van de werkloosheidsuitkering.

Voor de gerechtigde, bedoeld in artikel 127, § 1, 1° of § 2 of in artikel 127, § 1, 7°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991, die een anciënniteitstoeslag geniet in de hoedanigheid van werknemer met gezinslast, wordt het overeenkomstig het vorige lid vastgestelde gederfd loon verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met de anciënniteitstoeslag bedoeld, naargelang het geval, in het voormelde artikel 127, § 1, 1° of 7°, aangepast aan het indexcijfer op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid en gedeeld door 0,6.

§ 2. Voor de gecontroleerde volledige werkloze gerechtigde die zich bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid bevindt in de derde vergoedingsperiode in de zin van artikel 114, § 3 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 en die een forfaitaire werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 114, § 3 of § 4, 1° van het koninklijk besluit van 25 november 1991 geniet, wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid was aangevangen op de laatste werkloosheidsdag van de tweede vergoedingsperiode.

Voor de gerechtigde, bedoeld in artikel 127, § 1, 8° van het koninklijk besluit van 25 november 1991, die een anciënniteitstoeslag geniet in de hoedanigheid van werknemer met gezinslast, wordt het overeenkomstig het vorige lid vastgestelde gederfde loon verhoogd met een bedrag dat overeenstemt met de anciënniteitstoeslag bedoeld in het voormelde artikel 127, § 1, 8°, aangepast aan het indexcijfer op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid en gedeeld door 0,6.

§ 2/1. Voor de gerechtigden die een uitkering als bedoeld in de artikelen 36, 36ter, 36quater of 36sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering genieten, is het gederfde loon gelijk aan het minimumloon dat op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid door het aanvullend nationaal paritair comité voor bedienden is vastgesteld voor een bediende van categorie I met een beroepservaring van niveau 0. Dit gederfde loon wordt eveneens in aanmerking genomen voor de gerechtigde die in toepassing van artikel 131 van de gecoördineerde wet zijn recht op uitkeringen behoudt na het verlies van de in artikel 86, § 1, 1°, c) van de gecoördineerde wet bedoelde hoedanigheid van gerechtigde die hij wegens het genot van een uitkering als bedoeld in de artikelen 36, 36ter, 36quater of 36sexies van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991 bezat, evenals voor de gerechtigde bedoeld in artikel 86, § 1, 3° van de gecoördineerde wet die voor de aanvang van de periode van voortgezette verzekering een uitkering als bedoeld in de artikelen 36, 36ter, 36quater of 36sexies van het voornoemde koninklijk besluit heeft genoten.

Voor de gerechtigde die zich, bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid niet in de voorwaarden voorzien bij de artikelen 23 tot 30, § 1, § 2 of § 2/1, eerste lid bevindt, is het gederfde loon gelijk aan het minimumloon dat op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid door het aanvullend nationaal paritair comité voor bedienden is vastgesteld voor een bediende van categorie I met 9 jaren beroepservaring.

§ 3.

a) Voor de gerechtigde die bij toepassing van artikel 103 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 uitkeringen geniet over halve dagen, wordt het in § 1 of § 2... bedoelde gederfde loon vermenigvuldigd met een breuk met als teller het aantal halve werkloosheidsuitkeringen per week die werden toegekend of toegekend zouden zijn op basis van de theoretische wekelijkse uitkeringsregeling en met als noemer 12.

b) Voor de gerechtigde die aan het einde van zijn laatste tijdvak van tewerkstelling de hoedanigheid had van seizoenarbeider of uitzendkracht, wordt het in § 1 , § 2 of § 2/1, tweede lid bedoelde gederfde loon aangepast overeenkomstig hetgeen in artikel 27 is bepaald.

c) Voor de gerechtigde die bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid niet aan de in de artikelen 23 tot 27 gestelde voorwaarden voldoet om een andere reden dan werkloosheid, en die aan het einde van zijn laatste tijdvak van tewerkstelling deeltijds was tewerkgesteld, wordt het in § 2/1, tweede lid bedoelde gederfde loon vermenigvuldigd met een breuk met als teller het gemiddeld aantal arbeidsuren per week, zoals vastgesteld in de schriftelijke arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement, en met als noemer het gemiddeld wekelijks aantal arbeidsuren van een werknemer die in dezelfde onderneming of bij ontstentenis in dezelfde bedrijfstak in een gelijkaardige functie voltijds tewerkgesteld is.

Art. 31.

Voor de in artikel 30 bedoelde gerechtigden, wier arbeidsongeschiktheid aanvangt uiterlijk de dertigste dag na het einde van een toestand als bedoeld in de artikelen 23 tot 27 en 34, wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid was aangevangen bij het einde van die toestand, volgens het gemiddeld dagloon waarop hij op deze datum aanspraak kon maken.

De in het vorige lid bepaalde termijn wordt geschorst gedurende het tijdvak van de krachtens de voormelde toestanden genomen wettelijke vakantie, vakantie krachtens algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst of bijkomende vakantie, voor zover deze periode onmiddellijk volgt op het einde van de tewerkstelling of van de periode waarover de gerechtigde een vergoeding wegens verbreking van de arbeidsovereenkomst geniet, evenals gedurende het tijdvak tijdens hetwelk de gerechtigde zijn militieverplichtingen vervult.

Het loon voor overwerk zoals omschreven in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt in aanmerking genomen op voorwaarde dat het minstens 10 pct. van het totale loon vertegenwoordigt dat zou in aanmerking kunnen worden genomen om de uitkeringen te berekenen gedurende de referteperiode die eindigt op de laatste dag van de situatie bedoeld in de artikelen 23 tot 27 of de laatste dag van de arbeidsovereenkomst in de situatie bedoeld in artikel 34, en die aanvat ten vroegste bij de aanvang van hetzelfde kalenderkwartaal of later, bij het begin van de laatste stabiele tewerkstelling als zij is aangevat na het begin van hetzelfde kalenderkwartaal.

Art. 32.

Wanneer de gerechtigde bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid sedert meer dan dertig dagen niet meer onder de regeling van de Belgische verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen staat, is het loon dat als basis dient voor de berekening van de invaliditeitsuitkering die krachtens een internationaal verdrag of een internationale verordening inzake sociale zekerheid, geheel of gedeeltelijk ten laste van die regeling komt, het in artikel 30, § 2/1, tweede lid bedoelde loon.

Het in het vorige lid bedoelde loon wordt aangepast overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 30, § 3, b) of c), voor de gerechtigde die aan het einde van zijn laatste tijdvak van tewerkstelling, voorzover dit gesitueerd is na 1 juli 1982, de hoedanigheid had van seizoenarbeider of uitzendkracht of deeltijds was tewerkgesteld.

...

msg_kfichiers_annexes
msg_kVersion_deEn vigueur le
Annexe 0101/12/1997
  "   "  01/01/2016
Annexe 0201/12/1997
Annexe 0301/01/2004
  "   "  01/01/2006
  "   "  01/01/2012
  "   "  15/11/2014
  "   "  01/01/2015
  "   "  27/04/2015
  "   "  30/06/2016
  "   "  30/12/2016
  "   "  01/01/2019
  "   "  01/07/2019
Annexe 0401/01/2003
  "   "  01/01/2006
Annexe 05-1bis26/12/2010
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-101/12/1997
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/08/2015
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-2bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 05-201/12/1997
  "   "  01/01/2016
Annexe 06bis26/12/2010
Annexe 0601/12/1997
  "   "  12/04/2013
Annexe 07-1bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 07-101/12/1997
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/08/2015
Annexe 07-2bis26/12/2010
  "   "  01/01/2016
Annexe 07-201/12/1997
Annexe 0801/12/1997
  "   "  01/01/2006
  "   "  12/04/2013
  "   "  01/01/2016
  "   "  01/01/2019
Annexe 0901/12/1997
Annexe 1001/12/1997
Annexe 1101/07/2002
  "   "  01/04/2006
23-130/12/2016
24-101/07/2015

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]