Publié le 31/01/1937
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 24 oktober 1936 houdende wijziging en samenordening van de statuten der Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden

Art. 99.


Art. 100.
01/01/2003 § 1. Geen aanspraak op vergoedingen heeft de verzekerde:
01/01/2003 voor de periode waarvoor hij recht heeft op loon. Het begrip loon wordt bepaald bij artikel 2 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers;
01/01/2003 voor de periode gedekt door het vakantiegeld. Onder periode gedekt door het vakantiegeld wordt verstaan:
01/01/2003 a) voor de shoregangers, de vakantiedagen die samenvallen met een periode van arbeidsongeschiktheid alsook de vakantiedagen die de shoreganger wegens zijn arbeidsongeschiktheid niet kan nemen vóór het einde van elk vakantiejaar, in dit laatste geval worden de overblijvende vakantiedagen aangerekend op de laatst vergoedbare dagen van dit jaar, behoudens wanneer de shoreganger een voorkeur heeft uitgesproken voor een andere periode;
01/01/2003 b) voor de zeevarenden, de vakantiedagen die samenvallen met een periode van arbeidsongeschiktheid alsook de vakantiedagen die de zeevarenden wegens zijn arbeidsongeschiktheid niet kan nemen vóór het einde van het tijdvak van zes maanden bepaald in de "collectieve arbeidsovereenkomst officieren" van het tijdvak van achttien maanden, bepaald in de "collectieve arbeidsovereenkomst scheepsgezellen", naargelang het een officier of scheepsgezet betreft. Nochtans kan de zeevarende in een periode van jaarlijkse vakantie aanspraak maken op de uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid, indien hij wenst gebruik te maken van zijn recht van uitstel van de vakantiedagen, zoals voorzien in voornoemde collectieve arbeidsovereenkomsten, en de verplichting aangaat de aldus uitgestelde vakantiedagen, daadwerkelijk op te nemen vóór iedere andere arbeidsprestatie;
01/01/2003 voor de periode waarvoor hij aanspraak kan maken op de vergoeding, verschuldigd wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst;
01/01/2003 voor de periode waarvoor hij een vergoeding ontvangt, die hem is gewaarborgd door een Belgische of buitenlandse wet, wegens tijdelijke of definitieve stopzetting van zijn gewone beroepsactiviteit, die schadelijk is of dreigt te worden voor zijn gezondheid.
01/01/2003 In afwijking van het vorige lid, kan de verzekerde die recht heeft op loon of op de vergoeding verschuldigd wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst maar die niet werkelijk het loon of de vergoeding verschuldigd wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst ontvangt, aanspraak maken op de vergoeding voor werkongeschiktheid, wanneer hij het bewijs levert dat hij de vereiste vordering heeft ingesteld tot het bekomen van het loon of de vergoeding verschuldigd wegens beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
01/01/2003 In dit geval zal de vergoeding wegens werkongeschiktheid door de verzekeringsinstelling teruggevorderd worden vanwege de verzekerde zodra hij het loon of de vergoeding bedoeld in het vorige lid, heeft ontvangen.
01/01/2003 § 2. De vergoedingen worden aan de verzekerde ontzegd:
01/01/2003 vanaf de eerste dag van de maand na die waarin de mannelijke verzekerde 65 jaar en de vrouwelijke verzekerde 60 jaar worden;
01/01/2003 vanaf de eerste dag van de tweede maand na die waarin de werkongeschiktheid is aangevangen wanneer het een verzekerde betreft die verder werkzaam is geweest na de in 1° hiervoren bedoelde leeftijd.

Art. 101.

FR   NL   [Affichage pour impression]