Publié le 17/01/2019
   

FR   NL  

Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 31bis.


HOOFDSTUK II.- TOEPASSINGSSFEER
Art. 32.
06/09/1994 Rechthebbenden op de in titel III, hoofdstuk III van deze gecoördineerde wet omschreven geneeskundige verstrekkingen onder de voorwaarden die ze bepaalt, zijn:
01/01/2014 de werknemers die vallen onder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, krachtens de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders met inbegrip van de werknemers die een vergoeding genieten, welke verschuldigd is naar aanleiding van de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst, de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor personeelsafgevaardigden, de eenzijdige beëindiging van de arbeidsovereenkomst voor syndicale afgevaardigden of de beëindiging van de arbeidsovereenkomst in gemeenschappelijk akkoord, of die een ontslagcompensatievergoeding bedoeld in artikel 7, § 1, derde lid, zf), van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders genieten, tijdens de tijdvakken die gedekt zijn door die vergoedingen, of de werknemers ingeschreven in de Pool van de zeelieden ter koopvaardij krachtens artikel 3bis van de wet van 25 februari 1964 houdende inrichting van een Pool van de zeelieden ter koopvaardij, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de ontbinding van de Regie voor Maritiem Transport in uitvoering van artikel 3, § 1, 6°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie;
01/01/2008 1°bis de zelfstandigen die zijn onderworpen aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, krachtens het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
01/01/2008 de werknemers en de zelfstandigen die arbeidsongeschikt zijn erkend of de werkneemsters en zelfstandigen die zich in een tijdvak van moederschapsbescherming bevinden als bedoeld in deze gecoördineerde wet;
06/09/1994 de werknemers in gecontroleerde werkloosheid;
06/09/1994 de werkneemsters die aansluitend met een tijdvak bedoeld in 1°, 2°, 3°, 5° of 6°, de arbeid onderbreken of de arbeid niet hervatten, om ten vroegste van de vijfde maand der zwangerschap af, te rusten;
06/09/1994 de werknemers die, om niet langer werkloos te zijn, huishoudelijke arbeid verrichten en die, ter toepassing van de regeling inzake werkloosheidsverzekering, de hoedanigheid van gewoonlijk in loondienst arbeidend werknemer behouden;
06/09/1994 de werknemers wier maatschappelijke toestand behartigenswaardig is, die niet meer onder de Belgische wetgeving betreffende de sociale zekerheid der werknemers vallen; alsdan is het recht op geneeskundige verstrekkingen beperkt tot een bepaalde periode, "tijdvak van voortgezette verzekering" genoemd;
01/01/2008 6°bis de zelfstandigen die tot de voortgezette verzekering zijn toegelaten, onder de voorwaarden gesteld krachtens de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
01/01/2017 6°ter de zelfstandigen die het behoud van de sociale rechten in het kader van het overbruggingsrecht genieten, bedoeld in artikel 3, 2°, van de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen, gedurende ten hoogste vier kwartalen.
01/01/2017 Wat de in artikel 4 van voornoemde wet bedoelde zelfstandigen, helpers of meewerkende echtgenoten betreft, vangt deze periode van vier kwartalen aan op de eerste dag van het kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin het feit bedoeld in artikel 5, § 2, van voornoemde wet zich voordoet;
06/09/1994 de werknemers die recht hebben op een rustpensioen krachtens de wetgeving betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor werknemers, of op vervroegd pensioen krachtens een bijzonder statuut van het personeel van een onderneming;
06/09/1994 de werknemers die als mijnwerker recht hebben op een invaliditeits- of rustpensioen;
06/09/1994 de personen die een rustpensioen of een als zodanig geldend voordeel genieten, vastgesteld door of krachtens een wet of een reglement, ander dan de pensioenregeling voor werknemers en dat wordt toegekend uit hoofde van een tewerkstelling in de openbare sector of in een onderwijsinrichting, die aanleiding geeft tot de toepassing van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, evenwel beperkt tot de regeling inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging;
01/01/2014 10° de personen die in de hoedanigheid van statutair personeelslid van de N.M.B.S. Holding HR Rail recht hebben op een rustpensioen of een invaliditeitspensioen;
06/09/1994 11° de personen die ingevolge de toekenning van een rust- of overlevingspensioen of een als zodanig geldend voordeel, vastgesteld door of krachtens een wet of een reglement ander dan de pensioenregeling voor werknemers, het recht op een in 7° of 8° bedoeld pensioen verliezen;
01/01/2008 11°bis de zelfstandigen die de normale pensioenleeftijd hebben bereikt en doen blijken van ten minste één jaar beroepsbezigheid als zelfstandige, waardoor het recht op een rustpensioen kan worden verkregen krachtens de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
01/01/2008 11°ter de zelfstandigen die, in die hoedanigheid, een rustpensioen genieten dat is ingegaan voor zij de normale pensioenleeftijd bereikten;
01/01/2008 11°quater de gewezen kolonisten die in die hoedanigheid stortingen verrichten om hun rechten te vrijwaren bij toepassing van de wetgeving betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
01/01/2019 11°quinquies indien ze in de Europese Economische Ruimte of Zwitserland wonen, de personen die aanspraak kunnen maken op terugbetaling van de kosten voor geneeskundige verzorging met toepassing van artikel 42, 1°, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid alsook de personen die genieten van de prestaties inzake gezondheidszorgen op basis van artikel 8, a), van de wet van 16 juni 1960 dat de organismen belat met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst, en dat waarborg draagt door de Belgische Staat van de maatschappelijke prestaties ten gunste van deze werknemers verzekerd;
01/01/2019 11°sexies indien ze in de Europese Economische ruimte of Zwitserland wonen, de in artikel 45, 1°, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid aangeduide langslevende echtgenoot en wezen alsook de weduwen en wezen die genieten van de prestaties inzake geneeskundige verzorging op basis van artikel 8, b), en c), van de wet van 16 juni 1960 dat de organismen belast met het beheer van de sociale zekerheid van de werknemers van Belgisch-Congo en Ruanda-Urundi onder de controle en de waarborg van de Belgische Staat plaatst, en dat waarborg draagt door de Belische Staat van de maatschappelijke prestaties ten gunste van deze werknemers verzekerd;
01/01/1998 12° de door de Koning bepaalde personen op wie het decreet van 4 augustus 1959 tot vervanging van het decreet van 5 september 1955 op de verzekering voor gezondheidszorg van de administratieve en militaire ambtenaren en gewezen ambtenaren, van de beroepsmagistraten en gewezen beroepsmagistraten, van de ambtenaren en gewezen ambtenaren van de rechterlijke orde en van de gerechterlijke politie bij de parketten, van toepassing was voor 1 januari 1994;
01/01/2008 13° de personen die in het Rijksregister van de natuurlijke personen zijn ingeschreven en wegens hun gezondheidstoestand als ongeschikt zijn erkend om arbeid ter verkrijging van inkomen te verrichten; ;
01/01/2008 14° de studenten die onderwijs van het derde niveau volgen in een instelling voor dagonderwijs. De Koning stelt de verplichting vast waaraan die instellingen moeten voldoen om de opsporing van de verzerkeingsplichtigen mogelijk te maken; ;
01/01/2008 15° de personen die zijn ingeschreven in het Rijksregister van de natuurlijke personen.
01/01/1998 Zijn evenwel uitgesloten:
01/01/1998 - de personen die recht hebben of kunnen hebben op geneeskundige verzorging krachtens een andere Belgische of buitenlandse regeling inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
01/01/1998 - de vreemdelingen die niet van rechtswege tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk zijn toegelaten of die niet zijn gemachtigd tot vestiging of tot een verblijf van meer dan zes maanden.
01/01/1998 De Koning kan bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit de bovenvermelde uitsluiting voor bepaalde categorieën en eventueel voor een bepaalde periode niet van toepassing verklaren of uitbreiden;
01/01/1998 16° de weduwnaars en weduwen van de voornoemde gerechtigden;
01/01/2008 17° de personen ten laste van de onder 1° tot 16°, 20° en 21° bedoelde gerechtigden;
01/01/2008 18° de personen ten laste van de onder 1° tot 16°, 20° en 21° bedoelde gerechtigden die hun legerdienst doen;
01/01/1998 19° de personen ten laste van de werknemers van Belgische nationaliteit die onder een buitenlandse wetgeving inzake sociale zekerheid vallen wanneer zij in België zijn of terugkomen terwijl die werknemers hun legerdienst doen;
01/01/2008 20° de kinderen van de onder 1° tot 16° en 21° bedoelde gerechtigden, die volle wezen zijn en recht geven op kinderbijslag;
01/01/2008 21° De leden van de klosstergemeenschappen;
27/08/2015 22° de personen, jonger dan 18 jaar, die bedoeld zijn door artikelen 5 en 5/1 van Titel XIII - Hoofdstuk VI van de programmawet (I) van 24 december 2002 betreffende de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen, die gedurende tenminste drie opeenvolgende maanden onderwijs volgen van het basisniveau of tweede niveau in een door een Belgische overheid erkende onderwijsinstelling, of die werden vrijgesteld van leerplicht door de Commissie van advies voor het Buitengewoon Onderwijs of de « Commission consultative de l'enseignement spécial » of de « Sonderschulausschuss » of die aangeboden werden bij een door een Belgische overheid erkende instelling voor preventieve gezinsondersteuning, voor zover deze laatste personen niet onderworpen zijn aan leerplicht. De Koning kan de tijdvakken bepalen die worden gelijkgesteld met tijdvakken waarin onderwijs van het basisniveau of tweede niveau wordt gevolgd.
27/08/2015 Zijn evenwel uitgesloten : de personen jonger dan achttien jaar die rechthebbende zijn of kunnen zijn van het recht op geneeskundige verzorging in toepassing van artikel 32, eerste lid, 1° tot 21° van deze wet of krachtens een andere Belgische of buitenlandse regeling van verzekering voor geneeskundige verzorging . De Koning kan nader bepalen wat voor de toepassing van deze bepaling moet worden verstaan onder een andere Belgische of buitenlandse regeling van verzekering voor geneeskundige verzorging.
01/01/2008 23° de kinderen van de gerechtigden bedoeld onder 22°, die te hunner laste zijn.
01/01/2014 De Koning stelt vast wat onder "gecontroleerde werkloosheid", onder "persoon ten laste" en onder de in het eerste lid, 20° en 23°, bedoelde "kinderen van de gerechtigden" wordt verstaan. Hij stelt eveneens bij in Ministerraad overlegd besluit de voorwaarden vast waaronder de in het eerste lid, 13° tot 15°, 21° en 22°, bedoelde personen als rechthebbenden op tegemoetkomingen voor geneeskundige verzorging ... worden beschouwd en Hij bepaalt de volgorde inzake voorrang van de verschillende in het eerste lid opgesomde hoedanigheden, alsmede de voorwaarden waaronder de persoon ten laste voor de hoedanigheid van gerechtigde mag opteren.


Art. 33.

FR   NL   [Affichage pour impression]