Publié le 15/06/2015
   

FR   NL  

Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, § 1, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 44.


HOOFDSTUK II.- BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP DE MOEDERSCHAPSVERZEKERING

Afdeling I.- In aanmerking te nemen gederfd loon voor de berekening van de moederschapsuitkering bedoeld in de artikelen 114 en 114bis van de gecoördineerde wet
Art. 45.
01/07/2013 § 1. Het gederfde loon dat in aanmerking genomen moet worden voor het berekenen van de moederschapsuitkering, bedoeld in artikel 113, eerste lid van de gecoördineerde wet, wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 23 tot 44. De bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid en artikel 42ter, tweede lid zijn echter niet van toepassing voor het berekenen van de moederschapsuitkering tijdens het tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 van de gecoördineerde wet.
01/04/2009 Wanneer de voltijdse werkneemster gebruik maakt van de mogelijkheid om een deel van haar moederschapsrust om te zetten in verlofdagen van postnatale rust overeenkomstig de bepalingen van artikel 39, derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, wordt er voor het vaststellen van het gemiddeld dagloon voor de berekening van de uitkering voor de verlofdagen van nabevallingsrust, geen rekening gehouden met het aantal werkdagen dat deze periode omvat maar met het aantal dagen tijdens dewelke de werkneemster normaal gewerkt zou hebben tijdens deze periode. Wanneer de deeltijdse werkneemster gebruik maakt van deze mogelijkheid, wordt het gemiddeld dagloon dat in aanmerking moet worden genomen voor de vergoeding van de verlofdagen, vastgesteld door het loon dat verschuldigd is voor de som van de verlofuren te delen door het totale aantal verlofdagen.
01/07/2015 § 2. Opgeheven door: Verord. 29-4-15 - B.S. 15-6 - art. 4
01/01/2010 § 3. Bij afwijking van de bepalingen van § 1, stemt voor de onthaalmoeders bedoeld in artikel 3, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, het gemiddelde dagloon dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de moederschapsuitkering gedurende de tijdvakken van moederschapsbescherming bedoeld in de artikelen 114 en 114bis van de gecoördineerde wet, overeen met 1/26e van het bedrag van het gemiddeld minimummaandinkomen bedoeld in artikel 3, eerste lid van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van 2 mei 1988 houdende wijziging en coördinatie van de collectieve arbeidsovereenkomsten nr. 21 van 15 mei 1975 en nr. 23 van 25 juli 1975 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimummaandinkomen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 29 juli 1988. Het bedrag van het gemiddeld dagloon wordt vermenigvuldigd met een breuk waarvan de teller gelijk is aan het aantal opvangplaatsen waarvoor de onthaalmoeders een erkenning hebben van de bevoegde Gemeenschap bij de aanvang van de maatregel van moederschapsbescherming en de noemer gelijk is aan het maximum aantal opvangplaatsen dat op grond van de Gemeenschapsreglementering erkend kan worden.
01/07/2013 § 4. Als een tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 of 114bis van de gecoördineerde wet onmiddellijk volgt op een tijdvak van arbeidsongeschiktheid, moet als gederfd loon voor het berekenen van de moederschapsuitkering het gederfde loon in aanmerking genomen worden dat overeenkomstig de artikelen 23 tot 44 is bepaald op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid. De bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid en artikel 42ter, tweede lid zijn echter niet van toepassing voor de berekening van de moederschapsuitkering tijdens het tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 van de gecoördineerde wet.
01/01/2010 Deze bepaling is niet van toepassing op de onthaalmoeders bedoeld in artikel 3, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
01/07/2015 Opgeheven door: Verord. 29-4-15 - B.S. 15-6 - art. 4
16/06/2014 § 5. Wanneer de werkneemster bedoeld in artikel 218 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 het tijdvak van nabevallingsrust verlengt met de periode waarin ze één of meerdere van haar activiteiten heeft voortgezet tijdens een periode van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 219ter, § 2, vanaf de zesde week, of de achtste week in geval van geboorte van een meerling, tot en met de tweede week voorafgaand aan de bevalling, is het gederfde loon dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de moederschapsuitkering tijdens de periode van verlenging van de nabevallingsrust, het gemiddeld dagloon dat is bepaald bij de aanvang van de periode van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 van de gecoördineerde wet en dat voortvloeit uit de activiteit of activiteiten die recht geven op de verlenging van de nabevallingsrust.
16/06/2014 Het eerste lid is eveneens van toepassing om het gederfde loon te bepalen dat in aanmerking moet worden genomen tijdens het tijdvak van verlening van de nabevallingsrust met de periode waarin de werkneemster de uitoefening van één of meerdere van haar activiteiten tijdens haar arbeidsongeschiktheid, onder de voorwaarden bepaald in artikel 100, § 2, van de gecoördineerde wet, heeft hervat vanaf de zesde week, of de achtste week in geval van geboorte van een meerling tot en met de tweede week voorafgaand aan de bevalling.


Art. 46.

FR   NL   [Affichage pour impression]