Publié le 07/08/1971
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten

Art. 16.


Art. 17.
01/05/2003 § 1. Kunnen erkend worden binnen het raam van dit besluit, de tijdvakken van arbeidsongeschiktheid die, wat de gerechtigden betreft die de wachttijd van zes maanden bedoeld in artikel 14 hebben volbracht, aanvangen in de loop van het kalenderkwartaal dat volgt op datgene tijdens hetwelk de wachttijd werd volbracht en die, wat de gerechtigden betreft die vrijgesteld zijn van de wachttijd bedoeld in artikel 14 of artikel 14bis, aanvangen in het tijdvak dat loopt vanaf de dag waarop ze de hoedanigheid van gerechtigde verwerven en verstrijkt bij het einde van het volgend kalenderkwartaal.
01/05/2003 Hetzelfde geldt voor deze laatste gerechtigden, indien het begin van de arbeidsongeschiktheid zich situeert tijdens het kalenderkwartaal dat volgt op het, wat hen betreft, in het vorig lid omschreven tijdvak, op voorwaarde dat voor het kalenderkwartaal in de loop waarvan ze de hoedanigheid van gerechtigde verwierven, deze laatste naar behoren bewezen is.
01/05/2003 § 2. De arbeidsongeschiktheid, die aanvangt na de in § 1 bedoelde tijdvakken, is vatbaar voor erkenning binnen het raam van dit besluit, wanneer de betrokkene zijn hoedanigheid van gerechtigde bewijst voor het tweede en het derde kalenderkwartaal die datgene voorafgaan tijdens hetwelk de arbeidsongeschiktheid aanving.

Art. 18.

FR   NL   [Affichage pour impression]