Publié le 03/12/1966
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 30 november 1966 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966

Art. 7.


Afdeling II - Schriftelijk taalexamen af te leggen bij zekere wervingen
Art. 8.
03/02/1995 Het schriftelijk taalexamen bedoeld bij de artikelen 21, § 2, en 38, § 4, van de gecoördineerde wetten omvat:
03/02/1995 a) een verhandeling voor functies of betrekkingen die gerangschikt zijn in de niveaus 1, 2+ of 2 van het rijkspersoneel of voor gelijkwaardige functies of betrekkingen der niet tot de rijksbesturen behorende diensten;
03/02/1995 b) een gemakkelijke verhandeling, een brief, een verhaal of een beschrijving voor functies of betrekkingen die gerangschikt zijn in niveau 3 van het rijkspersoneel of voor gelijkwaardige functies of betrekkingen der niet tot de rijksbesturen behorende diensten;
03/02/1995 c) een brief of een verhaal voor functies of betrekkingen die gerangschikt zijn in niveau 4 van het rijkspersoneel of voor gelijkwaardige functies of betrekkingen der niet tot de rijksbesturen behorende diensten.
03/02/1995 Om te slagen dient de examinandus de 6/10den der punten te behalen.


Afdeling III - Taalexamen af te leggen door het personeel dat omgang heeft met het publiek

Art. 9.

FR   NL   [Affichage pour impression]