Publié le 28/04/2017
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 223quinquies.


Afdeling X.- Regelmatig werknemer
Art. 224.
10/08/1996 § 1. Om als regelmatig werknemer als bedoeld in artikel 93 van de gecoördineerde wet te worden beschouwd, moet een in artikel 86, § 1, 1° of 2°, van de gecoördineerde wet bedoelde werknemer gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoen:
01/01/2003 bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid, sedert ten minste zes maanden de hoedanigheid van uitkeringsgerechtigde hebben.
01/01/2003 De gerechtigde moet daarenboven honderdtwintig arbeidsdagen of met toepassing van artikel 203, verde lid, gelijkgestelde dagen aantonen. De dagen opgesomd in artikel 203, vierde lid, 4, worden echter niet meegerekend voor de toepassing van deze bepaling.
01/01/2003 In afwijking van de bepalingen van het voorgaande lid, moet de seizoenarbeider, de arbeider bij tussenpozen of de deeltijdse werknemer in totaal vierhonderd arbeidsuren of daarmee met toepassing van artikel 203, vierde lid, gelijkgestelde uren tellen. De met toepassing van artikel 203, vierde lid, 4, gelijkgestelde uren mogen echter niet in aanmerking genomen worden voor de toepassing van deze bepaling;
06/10/1996 over het tijdvak dat ingaat vanaf de datum dat hij gerechtigde is geworden en loopt tot daags vóór de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid, aan een aantal arbeidsdagen of hiermee gelijkgestelde dagen komen van in totaal ten minste driekwart van het aantal werkdagen van het beschouwde tijdvak. Onder met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen worden de dagen verstaan die zijn bedoeld in de artikelen 86, § 1, 1°, b), 100, 114, 114bis en 128 van de gecoördineerde wet.
10/08/1996 Onder werkdagen worden alle dagen van het jaar verstaan, behalve de zondagen. Indien de werknemer de hoedanigheid van uitkeringsgerechtigde heeft sedert de eerste januari van het kalenderjaar vóór dat waarin de arbeidsongeschiktheid is aangevangen, wordt het refertetijdvak evenwel beperkt tot dat kalenderjaar.
10/08/1996 Onder kalenderjaar als bedoeld in deze bepaling moet het refertejaar worden verstaan zoals het is bepaald in artikel 277.
10/08/1996 Wanneer de werknemer de in artikel 86, § 1, 1° of 2°, van de gecoördineerde wet bedoelde hoedanigheid van gerechtigde verliest gedurende een periode van minder dan drie maanden, onderbreekt die periode het refertetijdvak niet.
01/01/2003 Voor de toepassing van deze bepaling wordt rekening gehouden met het aantal werkdagen en gelijkgestelde dagen, zoals bepaalde conform de bepalingen van artikel 203, zesde lid.
01/01/2003 In afwijking van de bepalingen van het eerste lid, van punt 2°, moet de seizoenarbeider, de arbeider bij tussenpozen of de deeltijdse werknemer over het hiervoren omschreven refertetijdvak een aantal arbeidsuren of hiermee gelijkgestelde uren tellen dat overeenstemt met ten minste 28 arbeidsuren per week of bij gebreke hiervan, een aantal arbeidsuren gelijk aan ten minste driekwart van het aantal arbeidsuren, gepresteerd door de maatpersoon. Voor die werknemers worden de periodes van inactiviteit, bedoeld in het eerste lid, van punt 2°, voor zover ze samenvallen met periodes tijdens welke de betrokken werknemers normaal wel zouden hebben gewerkt, meegerekend voor het aantal arbeidsuren dat ze tijdens die periodes zouden hebben gepresteerd;
01/01/2003 Opgeheven bij: K.B. 11-7-03 - B.S. 27-8 - ed. 1
01/01/2003 de gerechtigden moeten over het totale aantal werkdagen van het onder 2° bedoelde refertetijdvak doen blijken van een gemiddeld dagloon van ten minste 21,42 EUR als zij 21 jaar of ouder zijn, van ten minste 16,06 EUR als zij 18 tot 20 jaar zijn en van ten minste 10,71 EUR als zij jonger dan 18 jaar zijn. Daartoe wordt voor de met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen een fictief loon toegepast, gelijk aan het gederfde loon, zoals dit is bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet, dat als basis heeft gediend voor de berekening van de uitkering.
10/08/1996 De werknemers wier bijdragen krachtens de wetgeving betreffende de sociale zekerheid op forfaitaire loonbedragen worden berekend, worden geacht te hebben voldaan aan de in het eerste lid gestelde voorwaarden inzake dagloon.
10/08/1996 Voor de seizoenarbeiders, de arbeiders met tussenpozen en de deeltijdse werknemers wordt voor de met arbeidsuren gelijkgestelde uren een fictief loon toegepast, dat eveneens wordt bepaald op basis van het gederfde loon dat in aanmerking genomen wordt voor het berekenen van de uitkering.
01/05/2017 § 2. Het tijdvak van het vervullen van militieverplichtingen de in artikel 247 bedoelde tijdvakken van voortgezette verzekering, het tijdvak tijdens hetwelk de werknemer een uitkering heeft ontvangen voor de volledige onderbreking van zijn beroepsloopbaan, evenals de tijdvakken tijdens welke de gerechtigde de arbeid heeft onderbroken om zich aan de opvoeding van zijn kind te wijden onder de voorwaarden vastgesteld in artikel 205, § 5 of 205/1, § 2, worden geneutraliseerd voor de toepassing van de bepalingen van § 1.
09/08/2002 Het tijdvak tijdens hetwelk de werknemer een uitkering ontvangt voor de gedeeltelijke onderbreking van zijn beroepsloopbaan, wordt geneutraliseerd voor de toepassing van de bepalingen van § 1, bij het verstrijken van het tijdvak waarvoor de gerechtigde de voornoemde uitkering ontvangt.
09/08/2002 Het voorgaand lid is evenwel alleen van toepassing indien de overeengekomen vermindering van de prestaties het tijdvak waarvoor de gerechtigde de voornoemde uitkering ontvangt, niet overschrijdt.
01/01/2003 § 3. De bedragen van het gemiddeld dagloon, die zijn bedoeld in § 1, worden ieder jaar in de loop van de maand december geherwaardeerd met een percentage dat gelijk is aan de verhouding tussen het op 1 januari van het lopende jaar geldende minimumbedrag van de uitkering voor een regelmatig werknemer met personen ten laste en hetzelfde bedrag op 1 januari van het vorige jaar.
10/08/1996 De aldus geherwaardeerde bedragen worden voor de toepassing van § 1 in aanmerking genomen vanaf de 1e januari na die herwaardering.
10/08/1996 In geval van toepassing van § 2 zijn de in § 1 bedoelde gemiddelde dagloonbedragen ter staving van de werkdagen in het refertetijdvak vóór een geneutraliseerd tijdvak van zes maanden of meer, evenwel die welke overeenkomstig deze paragraaf zijn vastgesteld voor het jaar na dat waarin het geneutraliseerde tijdvak een aanvang heeft genomen.
01/01/2003 § 4. De gerechtigde die voldeed aan de voorwaarden voor het verkrijgen van de hoedanigheid van regelmatig werknemer, behoudt die hoedanigheid als hij opnieuw arbeidsongeschikt wordt binnen twaalf maanden na het einde van het tijdvak van arbeidsongeschiktheid waarover hem de hoedanigheid van regelmatig werknemer was verleend.


Afdeling XI.- Werknemer met persoon ten laste

Art. 225.

FR   NL   [Affichage pour impression]