Publié le 29/05/2019
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 215.


Afdeling VIbis.- De forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden
Art. 215bis.
19/07/2018 § 1. De arbeidsongeschikt erkende gerechtigde die niet ter verpleging opgenomen is, noch in een rust- of verzorgingstehuis, een psychiatrisch verzorgingstehuis of een rustoord voor bejaarden verblijft, noch in voorlopige hechtenis is, noch van zijn vrijheid beroofd is, en voor wie andermans hulp door de adviserend arts als onontbeerlijk is erkend, doordat hij ten gevolge van zijn lichamelijke of geestestoestand de gewone handelingen van het dagelijks leven niet alleen kan verrichten, kan, vanaf de vierde maand van arbeidsongeschiktheid, aanspraak maken op een forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden.
01/01/2007 De graad van de behoefte aan andermans hulp wordt bepaald door het totale aantal punten, toegekend volgens de handleiding die voor het ramen van de graad van zelfredzaamheid wordt gebruikt in de wetgeving betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan de mindervaliden. De gerechtigde moet in het totaal minstens 11 punten behalen.
01/01/2007 De behoefte aan andermans hulp kan slechts worden erkend, als zij noodzakelijk wordt geacht voor een onafgebroken periode van ten minste drie maanden.
31/12/2015 De beslissing tot erkenning van de behoefte aan andermans hulp wordt in het geneeskundig en administratief dossier van de gerechtigde in de zetel van de verzekeringsinstelling geborgen. Deze beslissing tot erkenning wordt door de verzekeringsinstelling meegedeeld aan het RIZIV.
27/02/2009 Opname ter verpleging van de gerechtigde of zijn opname in een rust- of verzorgingstehuis, in een psychiatrisch verzorgingstehuis of in een rustoord voor bejaarden, schorst de uitwerking van de erkenning van de behoefte aan andermans hulp vanaf de eerste dag van de derde maand tot het einde van deze opnames, behalve indien de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen niet tegemoetkomt in de verpleegdagprijs, noch de in artikel 147, § 3, bedoelde tegemoetkoming verleent.
01/01/2007 Ingeval de gerechtigde in voorlopige hechtenis is of van zijn vrijheid beroofd is, wordt de uitwerking van de erkenning van de behoefte aan andermans hulp geschorst vanaf de eerste dag van de voorlopige hechtenis of de vrijheidsberoving.
27/02/2009 Indien de gerechtigde niet meer ter verpleging opgenomen is, niet meer in een rust- of verzorgingstehuis, in een psychiatrisch verzorgingstehuis of een rustoord voor bejaarden verblijft, niet meer in een vorlopige hechtenis is of niet meer van zijn vrijheid beroofd is gedurende een periode van minder dan dertig dagen, dan wordt die periode geacht de voortzetting te zijn van de vorige.
08/06/2019 § 2. Het dagbedrag van de forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden bedraagt 16,7110 EUR.
01/10/2017 § 3. De invalide gerechtigde die op 31 december 2006 aanspraak kon maken op uitkeringen als gerechtigde met gezinslast op basis van de erkenning van de behoefte aan andermans hulp, behoudt deze hoedanigheid voor de periode tijdens dewelke de behoefte aan andermans hulp verder erkend wordt, indien het verschil tussen het bedrag van zijn uitkering als gerechtigde met gezinslast en het bedrag van zijn uitkering als gerechtigde zonder gezinslast hoger is dan 10,4466 EUR, hoger is dan 12,8122 EUR voor de periode van 1 september 2011 tot 31 maart 2013, hoger is dan 15,1573 EUR voor de periode van 1 april 2013 tot 30 september 2017, en hoger is dan 15,9152 EUR vanaf 1 oktober2017.
01/10/2017 § 4. Een éénmalige inhaaltegemoetkoming voor hulp van derden wordt toegekend aan de gerechtigde die overeenkomstig § 3 voor de periode vanaf 1 mei 2017 tot en met 30 september 2017 voor minstens één vergoedbare dag de uitkering als gerechtigde met gezinslast heeft ontvangen, voor zover het dagbedrag van deze uitkering als gerechtigde met gezinslast lager is dan het dagbedrag van de uitkering als gerechtigde zonder gezinslast, die hij had ontvangen als de garantiemaatregel bedoeld in § 3 niet van toepassing was geweest, verhoogd met 15,9152 EUR.
01/10/2017 Deze inhaaltegemoetkoming wordt betaald in oktober 2017 en is gelijk aan het verschil tussen, enerzijds, het dagbedrag van elke uitkering als gerechtigde zonder gezinslast die hij voor de periode vanaf 1 mei 2017 tot en met 30 september 2017 had ontvangen als de garantiemaatregel bedoeld in § 3 niet van toepassing was geweest, verhoogd met 15,9152 EUR, en, anderzijds, het dagbedrag van elke uitkering als gerechtigde met gezinslast die voor de voormelde periode daadwerkelijk is betaald.


Art. 215ter.

FR   NL   [Affichage pour impression]