K.B. 24-10-2003: statuut van managementfuncties van administrateur-generaal en adjunct administrateur-generaal van openbare instellingen van sociale zekerheid

Résumé: Numac tekst: 2003002185 - p. 54421

Note: tekst met volledige historiek

Tekst bijgewerkt tot: B.S. 10-11-2003 - Wijzigende numac: 2003022185 - p. 54421

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]


Koninklijk besluit van 24 oktober 2003 betreffende het statuut van de managementfuncties van administrateur-generaal en adjunct adminstrateur-generaal van de openbare instellingen van sociale zekerheid

Artikel 1.

Dit besluit is van toepassing op de openbare instellingen van sociale zekerheid bedoeld in artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring vna de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, bekrachtigd door de wet van 12 december 1997.

Art. 2.

§ 1. Er wordt een proef georgeniseerd om na te gaan of de huidige houders van de graden van administrateur-generaal en van adjunct adminstrateur-generaal van de openbare instellingen van sociale zekerheid over de algemene en bijzondere competenties beschikken die in het profiel van hun managementfunctie zijn vervat. Dit profiel wordt opgesteld door het Beheerscomité van de betrokken openbare instelling van sociale zekerheid.

Die proef, die wordt voorgesteld aan een commissie die wordt samengesteld zoals beschreven in artikel 3, heeft betrekking op de bestuursovereenkomst, het bestuursplan, de reeds geboekte resultaten, de meet- en oriënteringsinstumenten en moet zorgen voor een evaluatie van de potentialiteiten die vereist zijn voor de vervulling van de managementfunctie. De proef leidt tot een gemotiveerde evaluatie met de vermelding "geschikt" of "niet-geschikt" van de commissie, die naar het Beheerscomité van de instelling en de betrokkene wordt gestuurd.

§ 2. Indien de houder van de graad van administrateur-generaal "geschikt" wordt geacht, heeft de delegatie van het Beheerscomité die de bestuursovereenkomst uit naam van de instelling heeft ondertekend, een onderhoud met de betrokkene.

Op basis van de gemotiveerde evaluatie en het resultaat van het onderhoud, formuleert het Beheerscomité ten behoeve van de voogdijminister van de instelling een gemotiveerd voorstel om de betrokkene de managementfunctie gedurende zes jaar te laten uitoefenen.

Indien de houder van de graad van adjunct administrateur-generaal "geschikt" wordt geacht, heeft de delegatie van het Beheerscomité die de bestuursovereenkomst heeft ondertekend uit naam van de instelling een onderhoud met de betrokkene.

Op basis van de gemotiveerde evaluatie en van het resultaat van het onderhoud, formuleert het Beheerscomité ten behoeve van de voogdijminister van de instelling een gemotiveerd voorstel om de betrokkene de managementfunctie gedurende 6 jaar te laten uitoefenen.

De voogdijminister hoort de betrokkene.

Aan de geslaagde titularis van de graad van adminitrateur-generaal of adjunct administrateur-generaal wordt door Ons, bij in Ministerraad overlegd besluit, een managementfunctie toegekend, respectievelijk de managementfunctie van "administrateur-generaal" en "adjunct administrateur-generaal", voor een periode van zes jaar, op voorstel van de voogdijminister en van het betrokken Beheerscomité.

Art. 3.

De commissie wordt samengesteld door de gedelegeerde bestuurder van SELOR, het Selectiebureau van de Federale Overheid. De profielen van de leden van de commissie worden vastgelegd in samenspraak met het Beheerscomité van de betrokken openbare instelling van sociale zekerheid.

De Gedelegeerd bestuurder van SELOR, het Selectiebureau van de Federale Overheid, stuurt de samenstelling van de commissie door naar de Regeringsleden en het Beheerscomité. Laatstgenoemden kunnen hem hun bezwaren binnen veertien kalenderdagen meedelen. SELOR, het Selectiebureau van de Federale Overheid, dient op de opmerkingen te antwoorden bij wijze van een gemotiveerde beslissing.

De commissie is samengesteld uit een meerderheid aan experten uit de sociale sector, de non-profit sector, het paritair beheer en, eventueel uit een expert die wordt gekozen om zijn bijzondere kennis inzake de materies die te maken hebben met specifieke aspecten van het functieprofiel. De commissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van SELOR, het Selectiebureau van de Federale Overheid. De voorzitters van de Franstalige en de Nederlandstalige commissie plegen overleg om de gelijke aanpak te waarborgen.

Art. 4.

§ 1. Er wordt een proef georganiseerd om na te gaan of de huidige houders van de rangen 15 en 16 van de openbare instellingen van sociale zekerheid wiens functie in een managementfunctie van administrateur-generaal en adjunct administrateur-generaal wordt ingedeeld en die, op datum van dit besluit, niet geschikt werden verklaard bij de selecties bedoeld in artikelen 2 en 3, beschikken over de algemene en bijzondere competenties die in het profiel van de managementfunctie zijn vervat. Dit profiel wordt opgesteld door het Beheerscomité van de betrokken openbare instellingen van sociale zekerheid.

De proef, die wordt voorgesteld aan een commissie die wordt samengesteld zoals beschreven in artikel 3 heeft betrekking op de bestuursovereenkomst, het bestuursplan, de reeds geboekte resultaten, de meet- en oriënteringsinstrumenten en moet zorgen voor een evaluatie van de potentialiteiten die vereist zijn voor de vervulling van de manangementfunctie. De proef leidt tot een gemotiveerde evaluatie met de vermelding "geschikt" of "niet-geschikt" van de commissie, die naar het Beheerscomité van de instelling en de betrokkene wordt doorgestuurd.

§ 2. Indien de betrokkene "geschikt" wordt geacht, heeft de delegatie van het Beheerscomité die de bestuursovereenkomst uit naam van de instelling heeft ondertekend, een onderhoud met de betrokkene.

Op basis van de gemotiveerde evaluatie en het resultaat van het onderhoud, formuleert het Beheerscomité ten behoeve van de voogdijminister van de instelling een gemotiveerd voorstel om de betrokkene de managementfunctie gedurende 6 jaar te laten uitoefenen.

De voogdijminister hoort de betrokkene.

Aan de geslaagde titularissen wordt door Ons, bij in Ministerraad overlegd besluit een managementfunctie toegekend voor een periode van zes jaar.

Art. 5.

Art. 5. De graden van administrateur-generaal en adjunct administrateur-generaal worden in elke openbare instelling van sociale zekerheid afgeschaft vanaf het ogenblik waarop de betrokkene een managementfunctie is toegekend.

Die houders behouden hun graad ten persoonlijk titel.

Zij behouden het voordeel van hun weddeschaal die gekoppeld is aan hun afgeschafte graad.

Art. 6.

In het koninkijk besluit van 24 januari 2002 houdende vaststelling van het statuut van het personeel van de openbare instellingen van sociale zekerheid wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende:

"Art. 2bis. Voor de houders van een managementfunctie van administrateur-generaal en adjunct administrateur-generaal wordt het statuut bepaald door het koninklijk besluit van ... betreffende het statuut van de managementfuncties van administrateur-generaal en adjunct administrateur-generaal van de openbare instellingen van sociale zekerheid."

Art. 7.

Dit besluit treedt in werking op 13 maart 2003.

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]