d'application à partir du 01/12/1997
   

FR   NL  

Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, § 1, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 20.


Afdeling VI.- De uitkering voor begrafeniskosten
Art. 21.
01/12/1997
  -31/12/2012
§ 1. De uitkering voor begrafeniskosten is verschuldigd tegen overlegging van de gekwiteerde bescheiden betreffende de betaling van de begrafeniskosten.
01/12/1997
  -31/12/2012
Wordt geacht de begrafeniskosten werkelijk te hebben gedragen, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het op zijn naam opgemaakte gekwiteerde bescheid betreffende de levering van de lijkkist overlegt.
01/12/1997
  -31/12/2012
Bij ontstentenis van dat bescheid wordt geacht de begrafeniskosten te hebben gedragen, de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het op zijn naam opgemaakte gekwiteerde bescheid betreffende de kosten voor de begrafenis of voor gelijkaardige ceremonieën overlegt.
01/12/1997
  -31/12/2012
Indien verscheidene personen samen de begrafeniskosten hebben gedragen, wordt de uitkering betaald aan de overlevende echtgenoot of, bij diens ontstentenis, aan de in graad dichtste erfgenaam.
01/12/1997
  -31/12/2012
§ 2. Het bewijs van overlijden van de gerechtigde, bedoeld in artikel 110 van de gecoördineerde wet, blijkt uit het informatiegegeven bedoeld in artikel 3, eerste lid, 6° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, bekomen bij het Rijksregister.


Afdeling VII.- Berekening van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen

Art. 22.

FR   NL   [Affichage pour impression]