Publié le 27/07/2015
   

FR   NL  

Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, § 1, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 52bis.


Afdeling VI.- Te vervullen formaliteiten voor het bekomen van de uitkering voor het omgezet moederschapsverlof bedoeld in artikel 114, zevende lid, van de gecoördineerde wet
Art. 52ter.
28/07/2014 De formaliteiten die vervuld moeten worden voor het bekomen van de uitkering voor het omgezet moederschapsverlof bedoeld in artikel 114, zevende lid van de gecoördineerde wet zijn deze vermeld in artikel 10.
28/07/2014 Als de afstamming niet vaststaat, dient de gerechtigde die het omgezet moederschapsverlof wenst op te nemen een verklaring op erewoord aan de verzekeringsinstelling te bezorgen waarbij wordt bevestigd dat hij de voorwaarden vervult om aanspraak te maken op dit verlof krachtens de voorrangsorde bepaald in artikel 30, § 2, tweede lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en, als hij zich bevindt in de situatie bedoeld in artikel 30, § 2, tweede lid, 2° of 3°, van dezelfde wet, dat hij met de moeder niet verbonden is door een band van bloedverwantschap die leidt tot een huwelijksverbod waarvoor geen ontheffing door de Koning kan worden verleend.
28/07/2014 De bepalingen van artikel 18 zijn van toepassing bij het einde van het voormelde tijdvak van omgezet moederschapsverlof.
28/07/2014 In de situatie bedoeld in artikel 222 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, moet de gerechtigde bij het einde van het omgezet moederschapsverlof aan de verzekeringsinstelling een bewijsstuk van de verplegingsinstelling bezorgen waarin de datum wordt vermeld waarop de hospitalisatie van de moeder een einde heeft genomen.


Afdeling VII.- Te vervullen formaliteiten voor het bekomen van de uitkeringen van borstvoedingspauze, bedoeld in artikel 116bis van de gecoördineerde wet

Art. 52quater.

FR   NL   [Affichage pour impression]