| Intervention | n | mean | median |
|---|---|---|---|
| ABDOM.PANCREA.ANAST | 480 | 15.06 | 10.0 |
| ABDOM.PANCREA.ECTO.R | 1648 | 20.36 | 16.0 |
| Pancr ENUC+SEQ+ECTO.L | 376 | 13.21 | 9.0 |
| Multiple | 58 | 60.02 | 30.5 |
| Source: ADH/SHA 2019-23 |
5 Ligduur
5.1 Algemeen
De gemiddelde ligduur na pancreaschirurgie (uitgedrukt in aantal hospitalisatiedagen) is relatief hoog en varieert afhankelijk van het type ingreep, zoals gespecificeerd via de nomenclatuurcodes in Tabel 5.1 . De ingreep met code 242841 — Pancreaticoduodenectomie (ABDOM.PANCREA.ECTO.R), beter bekend als de Whipple-ingreep — is volgens de facturatiedata de meest uitgevoerde procedure.
Deze ingreep kent tevens de langste gemiddelde en mediane verblijfsduur, met uitzondering van gecombineerde ingrepen. Dit wijst op de intensiteit en complexiteit van de procedure, en benadrukt het belang van gespecialiseerde postoperatieve zorg en ziekenhuiscapaciteit.
De opname- en ontslagdag van een ziekenhuisverblijf worden, naar analogie met de rest van de methode, telkens als een halve dag meegeteld. Tabel 5.2 toont de verdeling van de totale verblijfsduur van patiënten over de verschillende ziekenhuisafdelingen.
Methode voor het bepalen van ligduur per ziekenhuisafdeling
Het bepalen van de ligduur per ziekenhuisafdeling vereist enkele methodologische keuzes op basis van de beschikbare gegevens. In deze analyse is ervoor gekozen om gebruik te maken van twee databronnen: de verpleegkundige registraties en de gegevens over artsenhonoraria. Voor elke dag van de opname wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn dat de patiënt op één of meerdere afdelingen verbleef.
Indien er slechts één afdeling wordt geïdentificeerd, wordt die dag volledig aan die afdeling toegekend. Wanneer er evidentie is voor meerdere afdelingen op dezelfde dag, wordt de dag proportioneel verdeeld over de betrokken afdelingen. Bijvoorbeeld: als er aanwijzingen zijn dat een patiënt op één dag zowel op afdeling 210 als op afdeling 490 verbleef, wordt die dag voor de helft aan elke afdeling toegekend.
Deze aanpak maakt het mogelijk om de ligduur op een genuanceerde en realistische manier toe te wijzen, en houdt rekening met de complexiteit van multidisciplinaire zorgtrajecten binnen ziekenhuizen.
Vooral afdeling 490 (intensieve zorgen, IZ) en afdeling 210 (chirurgie) spelen een centrale rol in het zorgtraject. De overige afdelingen, zoals afdeling 220 of de gespecialiseerde diensten (SP), zijn samengebracht onder de categorie ‘anderen’.
Uit de gegevens blijkt dat de meeste pancreaschirurgische verblijven een mediaan van 12 dagen op een chirurgische afdeling omvatten, en 1 dag op de dienst intensieve zorgen. Het gemiddelde verblijf bedraagt 14,96 dagen op een chirurgische afdeling en 2,95 dagen op de dienst IZ. Deze cijfers onderstrepen de intensieve aard van de zorg en het belang van gespecialiseerde afdelingen in het postoperatieve herstelproces.
| Service | n | mean | median |
|---|---|---|---|
| Surgery (210) | 2561 | 14.96 | 12 |
| IC (490) | 2561 | 2.95 | 1 |
| Other | 2561 | 1.30 | 0 |
| Source: ADH/SHA 2019-23 |
5.2 Per ziekenhuis
Achter de algemene bevindingen over ligduur gaan vaak substantiële verschillen tussen ziekenhuizen schuil. In eerste instantie wordt deze variatie onderzocht op basis van de specifieke interventies, zoals vastgelegd via de nomenclatuurcodes. In het tabblad “Pathology” tonen Figuur 5.1 en Figuur 5.2 de spreiding in mediane ligduur per ziekenhuis en per ingreep.
Elke combinatie van ziekenhuis en ingreep wordt weergegeven als een rechthoek, waarbij de kleurintensiteit de ligduur aanduidt: koude kleuren (blauw of groen) wijzen op een kortere ligduur, terwijl warmere kleuren (geel, rood tot zwart) duiden op een langere ligduur. De grootte van de rechthoek weerspiegelt het aantal patiënten waarvoor het ziekenhuis een ingreep met de betreffende nomenclatuurcode heeft gefactureerd. Door met de cursor over de rechthoeken te bewegen, wordt gedetailleerde informatie zichtbaar.
Belangrijk is dat in deze analyse de effecten van patiëntkenmerken zoals leeftijd, geslacht en het al dan niet genieten van een voorkeursregeling zijn geneutraliseerd. Hierdoor wordt een deel van de verschillen in case-mix tussen ziekenhuizen statistisch gecorrigeerd.
In het tweede tabblad “Service”, weergegeven in Figuur 5.3 en Figuur 5.4, wordt dezelfde analyse uitgevoerd, maar dan op het niveau van de ziekenhuisafdelingen.
Uit deze figuren komen enkele belangrijke vaststellingen naar voren. De mediane ligduur op de chirurgische afdeling (afdeling 210) varieert aanzienlijk tussen ziekenhuizen, van ongeveer 12 dagen tot meer dan 20 dagen. De verschillen in mediane ligduur op de dienst intensieve zorgen (afdeling 490) zijn nog groter, met een spreiding van ongeveer 1,5 tot bijna 6 dagen. Over het algemeen voorzien grotere centra in een significant kortere ligduur op de intensieve zorgen, terwijl de grootte van het centrum geen invloed heeft op de ligduur op de chirurgische afdeling.
Er lijkt sprake te zijn van een systeem van communicerende vaten tussen de afdelingen: ziekenhuizen met een langere mediane ligduur op intensieve zorgen kennen doorgaans een kortere mediane ligduur op chirurgie, en omgekeerd. Ziekenhuizen die een korte verblijfsduur noteren voor één ingreep, hebben meestal ook een korte verblijfsduur voor andere ingrepen. Deze correlaties zijn licht tot substantieel positief (tot 0,25), hoewel ze niet visueel zijn weergegeven in de grafieken. Tot slot blijkt dat ziekenhuizen die meer patiënten behandelen gemiddeld een kortere ligduur registreren.
Source: ADH/SHA 2019-22
Source: ADH/SHA 2019-22
Source: ADH/SHA 2019-22
Source: ADH/SHA 2019-22