Pilootproject nieuwe financiering in de thuisverpleging: FAQ
Op deze pagina:
DEELNAME EN OVEREENKOMST: Welke praktijken kunnen deelnemen?
Alle praktijken thuisverpleging kunnen zich aanmelden, op voorwaarde dat ze aan bepaalde criteria voldoen.
Ze moeten voldoen aan:
- de voorwaarden van een gestructureerde equipe (minstens 3 verpleegkundigen),
- één gezamenlijk beheerd patiëntenbestand hebben
- en gebruikmaken van één patiëntendossier op basis van gehomologeerde software.
De praktijken kunnen bestaan uit zelfstandigen of in loondienst werkende verpleegkundigen, eventueel aangevuld met zorgkundigen mits zij aan de wettelijke voorwaarden voldoen. Zie: Een zorgkundige opnemen in uw equipe van thuisverpleegkundigen
DEELNAME EN OVEREENKOMST: Kan een praktijk gedeeltelijk overstappen op het nieuwe financieringsmodel?
Ja, als de praktijk uit meerdere deelpraktijken bestaat.
Op het niveau van de deelpraktijk wordt beslist om al dan niet deel te nemen aan het pilootproject. Een deelpraktijk (d.w.z. een duidelijk afgebakend deel van de praktijk, verpleegkundigen, zorgkundigen, verantwoordelijken, die een afzonderlijke groep patiënten verzorgen) zal in zijn geheel volgens het nieuw model werken. Er kunnen binnen één praktijk meerdere deelpraktijken zijn. Het aantal aanmeldingen voor het project hangt af van het aantal deelpraktijken dat het nieuwe model wil testen.
DEELNAME EN OVEREENKOMST: Is het mogelijk om deeltijds in het project te werken en deeltijds in een andere praktijk?
Ja, dat is mogelijk.
Een verpleegkundige kan een deel van zijn tijd in een praktijk werken die deelneemt aan het pilootproject en de rest van de tijd in een andere praktijk die niet deelneemt. Een praktijk wordt geïdentificeerd aan de hand van zijn groepsnummer. Binnen eenzelfde deelnemende praktijk neemt de verpleegkundige echter 100 % deel aan het pilootproject.
DEELNAME EN OVEREENKOMST: Hoe lang duurt de deelname aan het project?
Het pilootproject loopt over een periode van twee jaar, van 2026 tot 2028.
Het pilootproject start op 1 maart 2026 met een voorbereidingsperiode van drie maanden. Daarna volgt de implementatie en worden de activiteiten gedurende twee jaar volgens het nieuwe systeem geregistreerd. De deelnemende praktijken verbinden zich dus voor de gehele duur van het project, met een evaluatie gepland in 2028. Op basis van deze evaluatie zal een voorstel uitgewerkt worden met betrekking tot de toekomstige financiering van thuisverpleging.
DEELNAME EN OVEREENKOMST: Kunnen de financiële voorwaarden van het project tijdens het project worden gewijzigd?
In principe blijft het budgettaire kader gedurende de hele looptijd van het pilootproject ongewijzigd. Bij een (risico op) overschrijding van het budget kunnen aanpassingen echter niet worden uitgesloten. Een praktijk kan beslissen om uit het project te stappen. Indien dit gebeurt binnen de 6 maanden na de opstart van het project (ondertekening overeenkomst) zal de opstartvergoeding wel teruggevorderd worden.
DEELNAME EN OVEREENKOMST: Zal het uurtarief deel uitmaken van het nieuwe toekomstige financieringsmodel voor de thuisverpleging?
Het is niet zeker of de uurfinanciering, die tijdens het pilootproject zal gehanteerd worden, na afloop van het pilootproject zal verdergezet worden. De financiële voorwaarden van het pilootproject worden als tijdelijk en experimenteel beschouwd. Ze zullen aangepast worden op basis van de resultaten van de evaluatie door het KCE. Het doel is het model testen en verbeteren alvorens het eventueel algemeen in te voeren.
DEELNAME EN OVEREENKOMST: Kan ik terugkeren naar een ander financieringsmodel?
De deelnemende praktijken verbinden zich voor de gehele duur van het project. In uitzonderlijke gevallen kan een praktijk zich terugtrekken. Bij een uitstap binnen de 6 maanden na de opstart (d.w.z. na de ondertekening van de overeenkomst dient 50% van de opstartvergoeding terugbetaald te worden. Een praktijk die zich terugtrekt moet ook bereid zijn tot een exit-interview met de wetenschappelijke equipe.
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Hoe voer ik een simulatie van de tarificatie uit?
Het is niet mogelijk om een volledig nauwkeurige simulatie van de tarificatie uit te voeren, gezien er in het pilootproject op een volledig nieuwe manier gewerkt zal worden. Naast de directe zorgen zullen in het nieuwe systeem ook indirecte zorgen en verplaatsingen vergoed worden. Er is momenteel onvoldoende zicht op de tijd die hieraan besteed wordt.
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Hoe richt je een praktijk op?
Een praktijk is een eenheid die bestaat uit een of meer zorgverleners die samen thuisverpleging verlenen. Ze moet beschikken over een (Riziv-) groepsnummer. Een deelpraktijk kan ontstaan wanneer een team een eigen, afgebakende groep van patiënten behandelt.
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Worden zorgkundigen in het project opgenomen?
Ja, zorgkundigen kunnen worden geïntegreerd in de deelnemende praktijken, op voorwaarde dat de praktijk voldoet aan de criteria van een gestructureerde equipe. Het kader voor zorgkundigen blijft tijdens het project van toepassing.
Zie: Een zorgkundige opnemen in uw equipe van thuisverpleegkundigen
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Wanneer en hoe kan mijn praktijk zich kandidaat stellen?
We hebben een oproep tot kandidaatstelling gelanceerd: Geïnteresseerde praktijken moeten hun dossier tussen 17 november 2025 en 16 januari 2026 indienen via het daarvoor ontwikkelde inschrijvingsformulier,
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Is het aantal plaatsen beperkt?
Ja, het project mikt op een deelname van ongeveer 1000 voltijds equivalenten (VTE) die overeenkomt met een representatieve selectie van de diversiteit van de praktijken in België (regio's, soorten statuten, omvang, enz.).
De selectie zal gebeuren op basis van de taalgemeenschap, het statuut (zelfstandige of werknemer), de omvang van de praktijk en het aandeel van de gefactureerde financiële activiteit op basis van artikel 8.
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Kan ik me alleen als controlepraktijk aanmelden?
Ja, sommige praktijken kunnen worden geselecteerd als controlepraktijk. Ze nemen niet deel aan het nieuwe financieringsmodel, maar dragen bij aan de vergelijkende evaluatie van het project.
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Wat zijn de verplichtingen van een controlepraktijk?
Een bijdrage leveren aan de wetenschappelijke evaluatie van het pilootproject zonder het alternatieve financieringsmodel toe te passen. De praktijk fungeert als controlepraktijk om de effecten van het nieuwe systeem te vergelijken met het huidige systeem.
- Doorgaan met werken volgens het klassieke model (artikel 8 van de nomenclatuur).
- Deelnemen aan de wetenschappelijke evaluatie:
- De enquêtes invullen (door zorgverleners en patiënten) op drie meetmomenten: vóór de start van het project, na een jaar en na twee jaar.
- Verstrekken van praktijkgegevens via halfjaarlijkse datatransfers (samenstelling van het team, activiteiten, enz.).
- Kandidaten voorstellen voor interviews of focusgroepen (verpleegkundigen, zorgverleners, coördinatoren).
- Akkoord gaan met een exitgesprek als de praktijk zich terugtrekt uit het project.
- Ermee instemmen dat de gegevens, die verstrekt worden door het IMA (InterMutualistisch Agentschap) gebruikt worden door het KCE. De gegevens die door het KCE geanalyseerd worden zijn gepseudonimiseerd op het niveau van zorgverlener, patiënt en praktijk.
- De door het KCE en het RIZIV vastgestelde termijnen en formaten voor de datatransfers naleven.
De controlepraktijken ontvangen een vergoeding voor hun deelname aan de evaluatie:
- 20 euro per volledig ingevulde enquête.
- 60 euro per uur voor interviews of focusgroepen.
- 50 euro per gegevensoverdracht.
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Wat zijn de belangrijkste verplichtingen van de pilootpraktijken tijdens het project?
De praktijken moeten:
- Het nieuwe financieringsmodel toepassen
- Deelnemen aan het verzamelen van gegevens (tijd, soorten zorg, enz.)
- BelRAI-beoordelingen uitvoeren
- Deelnemen aan opleidingen en intervisies
- De vragenlijsten van het KCE invullen
- De kwaliteits- en documentatievereisten naleven
- De overeenkomst ondertekenen en de inhoud ervan naleven
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Welke ondersteuning is er tijdens het project?
Voor vragen over het selectieproces of de inhoud en uitvoering van het project kunt u terecht op het e-mailadres: studie-verpleging@riziv-inami.fgov.be.
Voor vragen over de wetenschappelijke evaluatie kunt u terecht bij het KCE: info@kce.fgov.be
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Hoe wordt omzet gedefinieerd in de paragraaf ‘Relevante praktijkgegevens voor het pilootproject’ uit het kandidaatstellingsformulier?
Het begrip 'omzet' omvat alle zorggerelateerde inkomsten. Deze worden ofwel uitbetaald door de Verzekeringsinstellingen ofwel betaald door de patiënt, via het remgeld, ofwel vergoed door andere zorginstellingen waarmee de (deel)praktijk een samenwerkingsovereenkomst heeft (vb. medische huizen, laboratoria, ...). Niet-zorggerelateerde inkomsten, zoals premies (vb. forfaitaire tegemoetkoming voor specifieke kosten, de ICT- of vormingspremie) of subsidies (vb. sociale Maribel) mogen niet meegerekend te worden in de omzet.
Het percentage, dat in punt 3 van de paragraaf ‘Relevante praktijkgegevens’ gevraagd wordt, wordt berekend door de inkomsten uit artikel 8 – prestaties (uitbetaald door de verzekeringsinstellingen + remgelden) te delen door de totale omzet (d.w.z. alle zorggerelateerde inkomsten, zoals hierboven gedefinieerd).
Opgelet! In dit percentage worden in de teller alle de inkomsten uit artikel 8 -prestaties gevraagd, dus zowel de betalingen door de Verzekeringsinstellingen als de remgelden. In de vraag die aan deze vraag voorafgaat, wordt enkel gevraagd naar het bedrag als terugbetaling door de verplichte ziekteverzekering in kader van artikel 8 van de nomenclatuur van geneeskundige verstrekkingen.
Als de gegevens ontbreken om het percentage op deelpraktijkniveau te berekenen, dan mag het percentage gegevens worden op praktijkniveau. Gelieve dit in dat geval te verduidelijken in het kandidaatstellingsdocument.
Voorbeeld:
Totale inkomsten van de praktijk
- Totaalbedrag : 120 000 €
- Dit bedrag omvat alles: zorgen, premies, subsidies, ....
Subsidies en premies worden in mindering gebracht van de totale inkomsten
- Subsidies en premies: € 20.000
- Deze worden in mindering gebracht omdat ze niet rechtstreeks verband houden met de zorg.
- Totale inkomsten in verband met de zorg = 120.000-20.000 = 100.000
Samenstelling van de inkomsten die verband houden met de zorg (100.000 €)
Deze 100.000 € omvat twee categorieën zorginkomsten:
- Inkomsten, gerelateerd aan artikel 8, die vergoed worden vanuit de verplichte ziekteverzekering en eigen bijdragen van patiënten
- Alle andere zorggerelateerde inkomsten buiten artikel 8.
Dit zijn inkomsten die verband houden met de nomenclatuur buiten artikel 8 (bijv. zorgtrajecten, thuishospitalisatie, ...) en inkomsten buiten de verplichte ziekteverzekering (bijv. overeenkomsten met laboratoria, medische huizen, enz., no-showvergoedingen, facturatie van materiaalkosten, ...).
In uw geval
Andere zorggerelateerde inkomsten: 15 000 euro
Dus:
- Inkomsten uit art. 8 (verzekeringsinstellingen + eigen bijdragen patiënt) = 85 000 euro
- Andere inkomsten = 15 000 euro
Procentuele verdeling
- Inkomsten via art. 8 (verzekeringsinstellingen en eigen bijdragen van patiënten): 85 000 / 100 000 = 85%
- Andere zorggerelateerde inkomsten (overeenkomsten, enz.) = 15 000 / 100 000 = 15%
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Wat wordt op het formulier kandidaatstelling bedoeld met verdeling volgens rubrieken?
Het gaat om de rubrieken in de nomenclatuur art. 8, dit zijn:
- verstrekkingen verleend in de woon- of verblijfplaats van de rechthebbende
- verstrekkingen verleend in de woon- of verblijfplaats van de rechthebbende tijdens het weekend of een feestdag
- verstrekkingen verleend in de praktijkkamer van de verpleegkundige
enz
KANDIDATUUR EN SELECTIE: Hoe komen de praktijken te weten welke softwareleveranciers er deelnemen?
Praktijken kunnen zich met deze vraag tot de softwareleverancier richten.
Onder voorbehoud van voldoende klanten die deelnemen aan het pilootproject, hebben de volgende leveranciers aangegeven de aanpassingen te willen doen: AFDA, Allsoftplus, Careconnect Nurse, CIA / EVD (WGK Limburg en Vlaams-Brabant), NURS-E, SoftN.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Zijn er specifieke kwaliteitseisen voor de praktijken?
Ja. De praktijken moeten voldoen aan bepaalde kwaliteitscriteria, waaronder:
- het gebruik van één uniek patiëntendossier,
- organisatie van patiëntbesprekingen op regelmatige basis,
- deelname aan opleidingen,
- het opmaken en uitvoeren van een gestructureerd zorgplan,
- en op regelmatige basis een evaluatie van de kwaliteit van de zorg uitvoeren.
Deze criteria zijn gekoppeld aan de stimulerende praktijkfinanciering. Een praktijk zal een bijkomende praktijkfinanciering ontvangen, die hoger zal zijn naarmate de praktijk deze criteria meer vervult.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Welke soorten verstrekkingen worden in het project in rekening genomen?
De in rekening genomen verstrekkingen zijn alle verpleegkundige activiteiten die worden uitgevoerd en zijn opgenomen in de lijst van interventiecodes, met inbegrip van:
- verpleegtechnische zorgen,
- verpleegkundige opvolging,
- zorgcoördinatie,
- educatie van de patiënt,
- zorg op afstand (via videoconsultaties),
- BElRAI-beoordelingen.
ORGANISATIE EN WERKING: Hoe wordt een voltijdsequivalent in het pilootproject gedefinieerd?
De bestaande regelgeving inzake het bepalen van VTE zoals bepaald binnen de forfaitaire vergoeding van de specifieke kosten voor diensten thuisverpleging (art. 4 KB 16 april 2002) vormt de basis voor de berekening van het aantal VTE binnen het pilootproject.
- Voor verpleegkundigen in statutair of loontrekkend dienstverband: de graad van voltijdse activiteit is gelijk aan het voltijdsequivalent tewerkstelling en dit volgens de definitie die daarover wordt gegeven in het kader van de RSZ-bijdragen.
- Voor zelfstandige verpleegkundigen wordt de methode gebruikt zoals bij de forfaitaire tegemoetkoming voor diensten thuisverpleging. Dit systeem is gebaseerd op een verklaring op erewoord van de groepsverantwoordelijke (als de verpleegkundige deel uitmaakt van een groep) of van de verpleegkundige (als zij geen deel uitmaakt van een groep). Deze verklaring wordt per kwartaal afgelegd, rekening houdend met de elementen beschreven in art. 4 van KB 16 april 2002:
- Voor beoefenaars die niet in loondienst of statutair zijn, wordt het aantal gewerkte uren binnen de zorg omgerekend in VTE-dagen. Deze gewerkte uren worden aan de Dienst meegedeeld in de vorm van een verklaring op erewoord. Eén VTE-dag komt overeen met 7 uur en 36 minuten en kan over verschillende kalenderdagen gespreid zijn. Een maximum van 7 uur 36 minuten per persoon en per dag kan in aanmerking worden genomen.
- Het theoretisch aantal dagen per VTE per kwartaal wordt vastgesteld op basis van de gegevens van de RSZ.
Voor een zelfstandige verpleegkundige wordt het aantal VTE-dagen dus berekend door het aantal gewerkte uren in het voorbije kwartaal te delen door het aantal werkbare uren per kwartaal, zoals vastgesteld op basis van de gegevens van de RSZ. Het aantal uren dat de zelfstandige verpleegkundige op kwartaalbasis gewerkt heeft, wordt daarbij begrensd op 7,6u*het aantal werkbare dagen in het betreffende kwartaal.
Dit betekent niet dat een zelfstandige verpleegkundige maximaal 7,6u per dag kan attesteren. Voor de registratie van prestaties geldt de maximumdrempel van 11u / dag gedurende 6d / week als gemiddelde op jaarbasis, met een maximum van 48 werkweken per jaar.
Voorbeeld 1:
- Een zelfstandige verpleegkundige werkte in het voorbije kwartaal 10u / dag, 6d / week → 60u / week → 60*4*3 → 720u / kwartaal.
- De RSZ stelt vast dat het kwartaal 5*4*3=60 werkbare dagen telde 60*7,6u = 456 werkbare uren
→ voor de berekening van het aantal VTE-dagen wordt het aantal gewerkte uren op kwartaalbasis begrensd op 456u. Deze verpleegkundige in kwestie wordt voor 1 VTE meegerekend in het pilootproject.
Dit betekent echter niet dat ze max 441,6u prestaties mag registreren. Voor de registratie van prestaties geldt de drempel van 11u / dag gedurende 6d / week als gemiddelde op jaarbasis, met een maximum van 48 werkweken per jaar.
Voorbeeld 2:
- Een zelfstandige verpleegkundige werkte in het voorbije kwartaal in de ene week 5 dagen aan 8u / dag en werkte in de andere week niet; de verpleegkundige presteerde 2 (weken) *40u / maand: 3 (maanden) * 80u = 240 u / kwartaal
- Deze verpleegkundige wordt in het pilootproject meegenomen voor 240 / 456 = 0,53 VTE
ORGANISATIE EN WERKING: Worden (externe) referentieverpleegkundigen meegeteld in het aantal VTE?
Ja, (externe) referentieverpleegkundigen worden meegeteld in het aantal voltijdsequivalenten (VTE) van een praktijk voor de uren dat ze deelnemen aan de zorg in het kader van het pilootproject.
Voorbeeld
- Een praktijk doet een beroep op een externe referentieverpleegkundige complexe wondzorg.
- In het voorbije kwartaal zag deze referentieverpleegkundige 12 patiënten. Een bezoek van de referentieverpleegkundige duurt gemiddeld een half uur: de referentieverpleegkundige presteerde 12*0,5 = 6u voor de praktijk.
- De referentieverpleegkundige wordt voor 6 / 456 = 0,0132 VTE opgenomen in de praktijkregistratie
ORGANISATIE EN WERKING: Worden (externe) referentieverpleegkundigen meegeteld in het aantal VTE?
Ja, (externe) referentieverpleegkundigen worden meegeteld in het aantal voltijdsequivalenten (VTE) van een praktijk voor de uren dat ze deelnemen aan de zorg in het kader van het pilootproject.
Voorbeeld
- Een praktijk doet een beroep op een externe referentieverpleegkundige complexe wondzorg.
- In het voorbije kwartaal zag deze referentieverpleegkundige 12 patiënten. Een bezoek van de referentieverpleegkundige duurt gemiddeld een half uur: de referentieverpleegkundige presteerde 12*0,5 = 6u voor de praktijk.
- De referentieverpleegkundige wordt voor 6 / 456 = 0,0132 VTE opgenomen in de praktijkregistratie
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Waarvoor wordt het aantal VTE van de praktijk gebruikt?
- Voor het bepalen van het aantal praktijken dat aan het pilootproject kan deelnemen. Bij de selectie van de deelnemende praktijken wordt gestreefd naar een deelname van 1.000 VTE verpleegkundigen.
- Voor de berekening van de forfaitaire tegemoetkoming voor de specifieke kosten van diensten thuisverpleging:
- Voor de berekening van de stimulerende praktijkfinanciering:
- Deze financiering is gebaseerd op een bedrag per behaald punt per (deel)praktijk * het aantal VTE.
- Voor de berekening van de opstartpremie.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Wat met wijzigingen in de samenstelling van de praktijk?
Praktijken moeten elke wijziging (toetreding of vertrek van zorgverleners) melden via de praktijkregistratie. Als een praktijk onder de drempel van 3 VTE komt, heeft zij 3 maanden de tijd om de situatie te regulariseren. Bij langdurige niet-conformiteit kan de praktijk worden uitgesloten van het project, zoals beschreven in de overeenkomst.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Hoe worden stagiairs in het project geïntegreerd?
U kan stagiairs integreren in de deelnemende praktijken, maar ze worden niet meegeteld in de VTE's voor de financiering. Hun aanwezigheid moet worden begeleid door een professional die voor het project is opgeleid. Ze kunnen onder toezicht deelnemen aan de zorg. De stagiair ontvangt hiervoor geen financiering. Het begeleiden van een stagestudent levert wel punten op in het kader van de stimulerende praktijkfinanciering.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Kan een praktijk die aan het project deelneemt een vervanger inschakelen?
Ja, vervangingen zijn toegestaan, zelfs voor korte periodes.
U moet de vervanger registreren in de samenstelling van de praktijk (praktijkregistratie). Voor langdurige vervangingen moet de vervanger binnen de drie maanden na zijn komst een basisopleiding volgen over de filosofie van het project, de introductie tot BelRAI en de IT-tool.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Moet ik van software veranderen?
Nee, maar de praktijk moet software gebruiken die voldoet aan de functionele vereisten die voor het pilootproject werden vooropgesteld.
Er is een lijst beschikbaar van de leveranciers die bevestigd hebben dat ze hun pakket zullen aanpassen, onder voorbehoud van een voldoende aantal pilootpraktijken onder hun klanten.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Wat zijn de gevolgen voor mijn facturatie?
De facturatie gebeurt nog steeds via de gebruikelijke software, maar met een bestand dat aangepast is aan het model van het pilootproject. De verstrekkingen worden in realtime geregistreerd (start/stop) en via een gestructureerd bestand naar de ziekenfondsen gestuurd. Het systeem blijft compatibel met de eisen van de verzekeringsinstellingen.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Wat zijn de regels voor goede praktijken die van toepassing zijn in het nieuwe model?
De praktijken moeten voldoen aan de principes van patiëntgerichte zorg, continuïteit van zorg, interdisciplinaire samenwerking en regelmatige evaluatie van de zorgnoden. Interventies moeten gerechtvaardigd en gedocumenteerd zijn en in overeenstemming zijn met de aanbevelingen voor goede praktijken (EBP). Er wordt verwacht dat de zorgtijd efficiënt wordt benut.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Welke gegevens worden met welke frequentie opgevraagd in het kader van de praktijkregistratie?
De gegevens in ProGezondheid moeten op maandbasis geactualiseerd worden, omdat de toegangen tot de facturatiemodule op basis van deze gegevens opgezet worden.
De gegevens in het onderzoeksportaal moeten bij de aanvang van het project volledig ingevuld worden en vervolgens elke 6 maanden geactualiseerd.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Mag er een vergoeding voor materialen aangerekend worden?
De regels blijven op dit vlak ongewijzigd, wat vandaag aangerekend mag worden, mag ook aangerekend worden in het pilootproject.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Welke tijdsbesteding moet ik voorzien voor deelname aan het wetenschappelijk onderzoek?
Alle verpleeg- en zorgkundigen die werkzaam zijn in een praktijk en die directe zorg verstrekken aan patiënten, worden uitgenodigd om deel te nemen aan een (digitale) bevraging. Deze bevraging gebeurt op drie meetmomenten: tijdens de pre-meting, na 1 jaar en na 2 jaar.
Voor deelname aan de interviews en de focusgroepen krijgen de deelnemende praktijken de vraag om per praktijk minstens één persoon voor te stellen. Dit mogen verpleegkundigen, zorgkundigen of coördinatoren zijn.
Als er de praktijken voldoende deelnemers voorstellen, zullen mogelijk niet alle voorgestelde personen effectief worden uitgenodigd voor deelname. Als er onvoldoende personen voorgesteld worden zal er aan de SPOC’s gevraagd worden om bijkomende kandidaten voor te stellen.
De vorm van de interviews en focusgroepen (nl. digitaal of fysiek overleg) is nog niet bepaald. Waarschijnlijk worden ze hoofdzakelijk digitaal georganiseerd.
ORGANISATIE EN WERKING VAN DE PRAKTIJK: Kan een wondzorgverpleegkundige van een deelnemende deelpraktijk nog steeds verpleegkundige bezoeken uitvoeren buiten haar deelpraktijk?
Ja. De combinatie van haar Riziv-nummer met het groepsnummer van de praktijk die niet deelneemt aan het pilootproject verschaft toegang tot de facturatie via art. 8.
RELATIE MET DE PATIËNT: Hoe informeer ik mijn patiënt over de verandering in het zorgmodel van de praktijk?
De praktijk moet de patiënten op een duidelijke en transparante manier informeren, met name via schriftelijke of mondelinge communicatie. Het wordt aanbevolen om de doelstellingen van het pilootproject, de veranderingen in de financieringswijze en de gevolgen voor de patiënt uit te leggen. Het projectteam, dat instaat voor de voorbereiding van het pilootproject en waarin de sectororganisaties vertegenwoordigd zijn, zal hiervoor het nodige communicatiemateriaal voorbereiden en ter beschikking stellen.
RELATIE MET DE PATIËNT: Moet de patiënt een deel zelf betalen?
Nee, in het kader van het pilootproject is er geen persoonlijk aandeel toegestaan. De interventiecodes dekken de tijd die aan zorg wordt besteed. Net als in het huidige systeem blijven de kosten van specifiek materiaal voor rekening van de patiënt.
RELATIE MET DE PATIËNT: Kan de patiënt weigeren om volgens de nieuwe financieringswijze te worden behandeld?
Ja, de patiënt behoudt het recht om te weigeren om in het kader van het pilootproject te worden behandeld. In dat geval kan hij worden doorverwezen naar een andere praktijk die niet aan het project deelneemt. De praktijk moet deze keuze respecteren en de continuïteit van de zorg garanderen.
RELATIE MET DE PATIËNT: Welke verbintenissen gaat de praktijk aan ten aanzien van de patiënten?
De praktijk verbindt zich ertoe om kwaliteitsvolle, patiëntgerichte zorg te verlenen, de continuïteit en coördinatie van de zorg te verzekeren, evaluatie-instrumenten zoals BelRAI te gebruiken en de principes van transparantie en documenteren na te leven.
RELATIE MET DE PATIËNT: Kan een patiënt door twee verschillende praktijken worden behandeld?
Nee, in het kader van het pilootproject kan een patiënt niet tegelijkertijd door twee praktijken worden behandeld. Een uitzondering wordt toegelaten in gevallen waarin wanneer de zorglocatie van de patiënt wijzigt.
RELATIE MET DE PATIËNT: Kan een patiënt door twee systemen worden gefinancierd?
Nee, in principe niet.
Een patiënt wordt door een verpleegkundige in het ene (artikel 8) of het andere systeem (via uurtarief) verzorgd. Wanneer er bij een patiënt zorgen worden verstrekt, die niet via art. 8 gefinancierd worden, registreert de verpleegkundige deze zorgen volgens de principes van het pilootproject, maar wordt achterliggend de facturatie gecorrigeerd, zodat een dubbele financiering voorkomen wordt.
Bijvoorbeeld bij een patiënt waarbij er tijdens eens bezoek een toilet (huidig art. 8) en een bloedname (betaald door het laboratorium) gecombineerd wordt, wordt de duur van het ganse bezoek in het pilootproject geregistreerd. Achterliggend worden er correcties op de facturatie ingebouwd, zodat de tijd besteed aan het toilet aan het uurtarief vergoed wordt en de (geraamde) tijd die aan de bloedafname wordt besteed voor de facturatie in mindering wordt gebracht.
Verstrekkingen binnen pilootproject (pseudo-codes / uur) en buiten pilootproject (nomencl. art.8) door dezelfde verpleegkundige voor dezelfde patiënt op dezelfde dag zijn dus NIET mogelijk en zullen leiden tot een verwerping.
Echter, verstrekkingen door verschillende verpleegkundigen voor dezelfde patiënt op dezelfde dag zijn wel mogelijk, met name voor de situatie waarin de zorglocatie van de patiënt wijzigt. In dat geval mag de verpleegkundige die buiten het pilootproject werkt enkel verstrekkingen per akte registreren, geen forfaits. De forfaits uit art. 8 zijn niet cumuleerbaar met de tijdsregistraties uit het pilootproject.
Voorbeeld
Verpleegkundige NP (niet in pilootproject) verzorgt ’s morgens de patiënt, verpleegkundige P (wel in pilootproject) verzorgt ’s avonds.
Probleem
Forfaits A, B, … uit art. 8 van de nomenclatuur zijn voor dezelfde patiënt op dezelfde dag niet cumuleerbaar met de tijdsregistratie uit pilootproject. Verpleegkundige NP mag geen forfaits A, B, … aanrekenen, enkel verstrekkingen per akte, op een dag dat de patiënt ook zorg krijgt van verpleegkundige P.
Wat als verpleegkundige NP toch een forfait A, B,… heeft gefactureerd en overgemaakt aan de VI, waardoor dit aanvaard en betaald werd voorafgaand aan de facturatie en verwerking van groepering Z (pilootproject)?
- facturatie van uurtarieven (voor de betreffende patiënt voor de betreffende dag) door verpleegkundige NP wordt automatisch geweigerd
- verpleegkundigen kunnen contact met elkaar opnemen:
- verpleegkundige NP crediteert het forfait en factureert de verstrekkingen per akte
- de uurtarieven voor verpleegkundige P kunnen opnieuw worden ingediend en aanvaard
RELATIE MET DE PATIËNT: Hoe wordt er omgegaan met patiënten die niet bij een mutualiteit in België zijn aangesloten?
Deze patiënten moeten de totale kosten van de zorgfactuur betalen volgens de principes en tarieven van het nieuwe model. De factuur wordt naar de patiënt gestuurd, die deze indien nodig kan doorsturen naar een andere verzekeringsmaatschappij.
RELATIE MET DE PATIËNT: Hoe zit het met de rechten/voordelen voor de patiënt in verband met een KATZ-status?
Ook al is de financiering niet langer rechtstreeks afhankelijk van de KATZ-schaal, zal de KATZ-schaal wel nog steeds geregistreerd worden. De rechten en voordelen op basis van de Katz-schaal blijven behouden.
RELATIE MET DE PATIËNT: Voor gedetineerden geldt er een specifieke procedure voor het vergoeden van het persoonlijk aandeel. Blijft dit ook in het pilootproject van kracht?
Deze problematiek is in het pilootproject niet van toepassing, aangezien er geen persoonlijk aandeel aangerekend wordt.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Welke activiteiten zijn factureerbaar?
In het pilootproject worden de factureerbare activiteiten opgenomen in een lijst met interventiecodes. Deze interventiecodes worden onderverdeeld in twee categorieën: directe en indirecte zorg. Deze codes bestrijken een breed scala aan activiteiten: verpleegtechnische zorg, coördinatie, voorlichting, zorg op afstand, administratief werk met betrekking tot de patiënt, enz. Ze geven een beter beeld van de realiteit van de verpleegkundig zorg. Het uurtarief houdt rekening met de werkelijk bestede tijd (start/stop).
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Wat verstaan we onder directe zorg?
Directe zorg is zorg waarbij de zorgverlener op het moment van de zorg in rechtstreekse interactie gaat met de patiënt. Directe zorg wordt doorgaans verleend in aanwezigheid van de patiënt, maar kan ook op afstand worden verleend.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Wat verstaat men onder indirecte zorg?
Indirecte zorg is zorg waarbij de directe interactie met de patiënt niet noodzakelijk, maar wel mogelijk is.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Is er een verschil in financiering tussen verpleegkundigen en zorgkundigen?
Nee. Het uurtarief is identiek voor beide beroepsgroepen.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Hoe werkt de tijdregistratie?
De tijd wordt geregistreerd via de software.
- Start van het bezoek
- Verzorging uitvoeren.
- Selectie van de interventiecodes.
- Einde van het bezoek
Afhankelijk van de software zal het starten of stoppen gecombineerd worden met het lezen van de identiteitskaart. Met dit systeem kan de tijd voor de zorg en de verplaatsing nauwkeurig worden berekend en onderscheiden.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Dient de identiteitskaart ingelezen worden tijdens het pilootproject?
Ja, de verplichting tot het inlezen van de identiteitskaart blijft behouden. De regels op dit vlak blijven ongewijzigd.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT : Dient er een bewijsstuk opgemaakt te worden?
Ja, de regels blijven op dit vlak ongewijzigd. De praktische modaliteiten zijn nog in ontwikkeling.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Hoe kan een onderscheid worden gemaakt tussen zorgtijd en verplaatsingstijd?
Er worden twee tarieven toegepast:
- Zorgtijd: € 59,10/uur (week), € 79,10/uur (weekend).
- Verplaatsingstijd: € 39,10/uur.
Beide worden apart geregistreerd. Het systeem berekent automatisch de duur van elk deel. De tijdregistratie begint bij aankomst bij de eerste patiënt en eindigt bij vertrek van de laatste patiënt. Het is ook mogelijk om de indirecte zorgtijd voor de patiënt buiten de rondetijd te registreren.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Welke regels zijn van toepassing in het nieuwe financieringsmodel?
Het financieringsmodel (2025) van de activiteit is gebaseerd op:
- Een uurtarief voor zorg en verplaatsingen.
- De zorgtijd, zowel directe als indirecte zorg
- Een permanentievergoeding per verzorgingsdag voor palliatieve zorg: 37,30 €/dag.
- Een vergoeding voor verplaatsingen op het platteland: 2,35 €/bezoek in landelijke gebieden.
De zorg wordt vergoed op basis van de bestede tijd en niet langer per interventie. De gegevens worden via een gestructureerd bestand, dat compatibel is met de huidige systemen, doorgegeven aan de mutualiteiten.
Het is niet toegestaan om een persoonlijk aandeel te vragen. Deze bedragen worden geïndexeerd.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Kan ik nog steeds technische verstrekkingen attesteren op basis van artikel 8?
Nee, praktijken die deelnemen aan het pilootproject kunnen artikel 8 niet meer toepassen voor patiënten die in het kader van het project worden behandeld. De zorg wordt aangerekend via de interventiecodes en het tijdregistratiesysteem.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Hoe zit het met verstrekkingen die op basis van een overeenkomst worden uitgevoerd?
Diensten die worden gefinancierd door overeenkomsten (bijv. thuisdialyse, medische centra, bloedafnames, enz.) moeten geregistreerd worden, maar worden apart gefactureerd. Ze worden niet vergoed via het uurtarief van het project. Er wordt een tijdcorrectie toegepast in het systeem om dubbele facturering te voorkomen.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Hoe moet er omgegaan worden met samenwerkingen met medische huizen?
Samenwerking met medische huizen blijft mogelijk, maar de overeenkomst tussen de praktijk en het medisch huis moet herbekeken worden. Prestaties aan patiënten die in het kader van een dergelijke samenwerking worden behandeld, worden geregistreerd wanneer ze plaatsvinden tijdens een reguliere ronde, maar deze bezoeken mogen niet via het uurtarief worden gefactureerd. De facturatie moet gebeuren op basis van de bepalingen in de overeenkomst met het medisch huis.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Wordt zorg op afstand via videoconsultatie vergoed?
Ja, voor een beperkt aantal interventiecodes wordt zorg op afstand via videoconsultatie mogelijk gemaakt in het pilootproject. De voorwaarden gekoppeld aan de zorg op afstand moeten daarbij gerespecteerd worden.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Is er financiering voorzien voor palliatieve patiënten?
Ja, naast het uurtarief is er een permanentievergoeding van 37,30 euro per dag per palliatieve patiënt voorzien om de specifieke noden in verband met de permanentie en de coördinatie te dekken.
Deze vergoeding wordt eenmaal per dag en per praktijk uitbetaald wanneer de patiënt ten minste één bezoek heeft gehad.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Hoe verloopt de facturering van de verstrekkingen wanneer de zorglocatie van de patiënt in de loop van dezelfde dag verandert?
Zie ‘Relatie met de patiënt’
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Hoe verloopt de facturering van de verstrekkingen wanneer de zorglocatie van de patiënt op verschillende dagen verandert?
Elke dag wordt behandeld als een afzonderlijke facturatie-eenheid. Elke zorgverlener factureert volgens zijn gebruikelijke systeem.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Zit er een limiet op de duur van een bezoek?
Voor directe zorg zit er een limiet van 3u op de duur van een bezoek, voor verplaatsingstijd wordt er met een limiet van 1u gewerkt. Bezoeken en verplaatsingen die langer duren, zullen leiden tot een verwerping.
Voor indirecte zorg zal er in de software een zachte drempel ingesteld worden op 3u per patiënt per dag. Dit betekent dat een registratie van meer dan 3u indirecte zorg zal leiden tot een waarschuwing in de software en tot de vraag om deze duur te verantwoorden.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Zit er een limiet op het aantal te factureren uren?
Het model is gebaseerd op een nauwkeurige registratie van de zorg- en verplaatsingstijd. Er zijn controles voorzien om misbruik te voorkomen. Bij overschrijding van het budget kunnen tariefaanpassingen worden overwogen.
De gemiddelde jaarlijkse grens voor gefactureerde tijd mag niet meer bedragen dan gemiddeld 6 dagen per week en 11 uur per dag.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Zullen er controles volgen?
Ja, net als in het huidige systeem. Het RIZIV en de ziekenfondsen zullen controles uitvoeren op de kwaliteit van de gegevens, de facturering en de toepassing van tools zoals BelRAI. Bij niet-naleving kunnen sancties worden opgelegd. Daarnaast zullen ook de praktijken zelf en de operationele partners via een maandelijkse rapportering de registraties opvolgen, zodat uitschieters en anomalieën tijdig gedetecteerd kunnen worden.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Blijven de huidige cumulregels van kracht?
In het pilootproject wordt elke verstrekking, die tijdens een bezoek geleverd wordt, geregistreerd. De financiering van de zorgverstrekker is gebaseerd op de duur van de bezoek, en de verplaatsingen, interventiecodes worden geregistreerd voor onderzoeksdoeleinden. De huidige (cumul)regels (vb. combinatie compressieverbanden / steunkousen met andere nomenclatuurnummers) vervallen dus, behalve diegene die expliciet vermeld worden in de oproepdocumenten (vb. dat er geen verplaatsingstijd geregistreerd kan worden bij uitsluitend indirecte zorg).
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Blijft de regel van kracht dat een verstrekking enkel kan aangerekend worden als er eerst een andere verstrekking heeft plaatsgevonden?
In het pilootproject wordt elke verstrekking geregistreerd, die tijdens een bezoek geleverd wordt. De financiering van de zorgverlener is gebaseerd op de duur van de bezoek, en de verplaatsingen, interventiecodes worden geregistreerd voor onderzoeksdoeleinden. De huidige (cumul)regels vervallen dus, behalve diegene die expliciet vermeld worden in de oproepdocumenten (vb. dat er geen verplaatsingstijd geregistreerd kan worden bij uitsluitend indirecte zorg).
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Mag een toilet nog uitgevoerd worden wanneer de aanvraag (op basis van de Katz-schaal) geweigerd werd?
In het pilootproject is de financiering gebaseerd op de duur van het bezoek. Het is niet langer nodig om vooraf een aanvraag in te dienen om voor financiering in aanmerking te komen. De Katz-schaal moet nog steeds worden ingevuld en ingediend (vanwege de rechten die eraan verbonden zijn), maar de terugbetaling van de zorgkosten is hier niet langer van afhankelijk.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Blijft de verplichting van kracht dat er eerst een verpleegkundig advies geattesteerd moet worden via bijlage 81 voordat er een medicatiebox kan geattesteerd worden.
Alle administratieve verplichtingen (bijlage 81, notificaties via myCarenet, wondzorgdossier, ...) blijven bestaan zoals vandaag. Daarnaast is het wel zo dat de cumulregels niet langer van toepassing zijn, met uitzondering van deze die expliciet benoemd worden. Hieruit volgt dat er niet langer eerst een verpleegkundig advies geattesteerd moet worden, voordat er een medicatiebox geregistreerd kan worden. Alle prestaties, die tijdens een bezoek geleverd worden, worden geregistreerd. De registratie van prestaties (interventiecodes) staat los van de financiering (via het uurtarief).
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Als er binnen één bezoek twee keer dezelfde zorg verstrekt wordt door dezelfde verstrekker, moet die dan 2 keer de interventiecode registreren?
Indien wondzorgen en inspuitingen meermaals verstrekt worden tijdens één bezoek, wordt de betreffende interventiecode meerdere keren aangeduid. Standaard staat het aantal op 1. Alle andere interventiecodes kunnen slechts één maal aangeduid worden.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Als er binnen hetzelfde bezoek twee keer dezelfde zorg verstrekt wordt door twee verschillende verstrekkers(vb. vpk en zorgkundige), moeten zij dat dan beide registreren?
Beide zorgverleners duiden alle interventiecodes aan. De tweede zorgverstrekker duidt daarnaast ook de interventiecode '2de verstrekker' aan.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Als meerdere verpleegkundigen deelnemen aan een overleg, moeten alle verpleegkundigen de interventiecode voor overleg dan aanduiden, of moet deze maar 1x aangeduid worden? Hoe de tijd verdelen en factureren op kop van de verstrekker?
Alle deelnemers moeten zowel de interventiecode als de duur van het overleg registreren. De tijd moet niet verdeeld worden onder de zorgverstrekkers, alle deelnemers worden vergoed op basis van de geregistreerde tijd. Indien tijdens het overleg meerdere patiënten besproken werden, maken de deelnemers aan het overleg onderling afspraken over de verdeling van de tijd over de patiënten.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Wat met verplaatsingstijd wanneer een bezoek niet is kunnen doorgaan? Kan je verplaatsingstijd factureren zonder bezoek?
Ja. De verpleegkundige registreert dat een bezoek start en onmiddellijk stopt, en duidt vervolgens aan dat het bezoek niet is kunnen doorgaan. Alle verplaatsingstijden worden geregistreerd. De verplaatsing naar de patiënt waarbij het bezoek niet is kunnen doorgaan, wordt niet gefactureerd.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Verplaatsingstijd wordt geregistreerd op de patiënt naar wie de verpleegkundige zich verplaatst. Indien een andere locatie als 'bij de patiënt thuis' geregistreerd wordt, dan mag er geen verplaatsingstijd aangerekend worden. Wat als dit het laatste bezoek is?
U mag de verplaatsingstijd niet aanrekenen als e locatie een andere is dan bij de patiënt thuis of in een instelling. Dit geldt voor elk bezoek van de dag, ook het laatste.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Moet er voor indirecte zorg een ‘plaats van verstrekking’ worden meegegeven?
Voor indirecte zorg moet u geen plaats meegegeven.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Blijft de 30-dagen regel gelden voor de postoperatieve oogdruppels?
De 30-dagen regel is niet langer van toepassing. De interventiecodes werden onderscheiden (postoperatief en toedienen oogdruppels) om het in het wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken hoe vaak een niet-postoperatieve indruppeling gebeurt.
FINANCIERING VAN DE ACTIVITEIT: Wat wordt er bedoeld met 439611 ongepland bezoek?
Hiermee willen we inzichtelijk maken hoe vaak dergelijke ongeplande bezoeken voorkomen. Deze code wordt geattesteerd bovenop de codes van de verleende zorgen.
FINANCIERING VAN DE PRAKTIJK: Blijft het huidige premiesysteem van toepassing?
De huidige premies voor telematica, opleiding en de forfaitaire tegemoetkoming diensten thuisverpleging blijven behouden. De W-waarden worden omgerekend naar drempelbedragen op basis van het uurtarief.
FINANCIERING VAN DE PRAKTIJK: Wat houdt de stimulerende praktijkfinanciering in?
Het gaat om een nieuwe aanvullende financiering om praktijken aan te moedigen te investeren in de kwaliteit van hun interne werking. Ze is gebaseerd op een puntensysteem dat wordt toegekend op basis van 11 kenmerken (bv. één patiëntendossier, opleiding, coördinatie, kwaliteit, enz.).
Elk punt is 58,10 € per VTE per jaar waard. Een praktijk kan tot 44 punten per VTE per jaar behalen.
FINANCIERING VAN DE PRAKTIJK: Wat zijn de criteria om in aanmerking te komen voor de stimulerende praktijkfinanciering?
De criteria worden gedetailleerd beschreven in het overzicht met de kenmerken van de praktijk.
Elk criterium kan 0, 2 of 4 punten opleveren, afhankelijk van het niveau van realisatie.
FINANCIERING VAN DE PRAKTIJK: Hoe kan men de stimulerende praktijkfinanciering aanvragen?
De aanvraag gebeurt twee keer per jaar via het onderzoeksportaal. De praktijk moet:
- Een zelfevaluatie uitvoeren op basis van de 14 criteria (11 kenmerken).
- De bewijsstukken kunnen verstrekken op aanvraag
- Een verklaring op erewoord ondertekenen
De aanvragen worden steekproefsgewijs gecontroleerd.
FINANCIERING VAN DE PRAKTIJK: Worden referentieverpleegkundigen meegeteld in het aantal VTE?
Ja, referentieverpleegkundigen kunnen worden meegeteld in het aantal voltijdsequivalenten (VTE) van een praktijk als ze daadwerkelijk in het team zijn geïntegreerd en deelnemen aan de zorg in het kader van het pilootproject. Enkel de uren dat zij effectief verstrekkingen leveren voor de deelnemende praktijk, worden meegeteld in het aantal VTE dat voor het pilootproject geregistreerd wordt.
FINANCIERING VAN DE PRAKTIJK: Op welk niveau wordt de activiteitenfinanciering uitbetaald?
Op niveau van (deel)praktijk, gelinkt aan derdebetalersnummer
FINANCIERING ALGEMEEN: Is er een opstartvergoeding?
Ja. Elke deelnemende praktijk ontvangt een opstartvergoeding van 4.969 euro per VTE om de voorbereidende inspanningen (opleiding, aanpassing van de hulpmiddelen, communicatie, enz.) te dekken. De vergoeding wordt alleen bij de start van het project uitbetaald. Wie tijdens het project tot een praktijk toetreedt, komt niet in aanmerking voor de vergoeding.
Een praktijk die binnen de eerste zes maanden uit het project stapt, moet 50% van deze opstartvergoeding terugbetalen aan het RIZIV.
FINANCIERING ALGEMEEN: Kan de verpleegkundige supplementen attesteren?
Nee, supplementen zijn niet toegestaan in het kader van het pilootproject, behalve voor specifieke kosten die niet door het model worden gedekt (bijv. specifiek materiaal).
FINANCIERING ALGEMEEN: Zijn er voorzieningen getroffen voor zorgverleners die na de start aan het project deelnemen?
Ja, nieuwe verstrekkers van een deelnemende praktijk moeten binnen drie maanden na hun toetreding een basisopleiding volgen, waarin de filosofie van het project, een inleiding tot BelRAI en het gebruik van de software aan bod komen. Er is geen compensatie (opstartvergoeding) voor deze nieuwe verstrekkers.
FINANCIERING ALGEMEEN: Is er een inkomensgarantie voor de praktijk?
Het model voorziet in een vergoeding op basis van de werkelijk gewerkte tijd, met een extra stimuleringsfinanciering. Er is ook een startpremie voorzien. Er is echter geen garantie op een vast inkomen.
FINANCIERING ALGEMEEN: Worden de honoraria geïndexeerd?
Ja, de uurtarieven worden jaarlijks geïndexeerd volgens de geldende regels. Hetzelfde geldt voor de waarde van een punt in de stimulerende praktijkfinanciering.
FINANCIERING ALGEMEEN: Is er financiering voorzien voor andere ondersteunende functies binnen de praktijk?
Nee, ondersteunende functies worden gefinancierd via de forfaitaire tegemoetkoming voor de specifieke kosten van de diensten thuisverpleging.
Contacten
Regelgeving inzake verpleegkundigen
Indien u vragen hebt over de inhoud van de overeenkomst of van de nomenclatuur kunt u onze medewerkers contacteren op het volgende mailadres : nursenom@riziv-inami.fgov.be