Statistieken met betrekking tot individuele zorgverleners – Methodologie
Deze pagina bevat aanvullende uitleg, definities en methodologische opmerkingen over de statistieken van het aantal individuele zorgverleners.
Op deze pagina:
Basisdefinities en gegevens die voor deze statistieken zijn gebruikt
Het RIZIV-nummer vormt de basis voor de statistieken over zorgverleners. Dit is een uniek identificatienummer dat eigen is aan elke individuele zorgverlener en dat ook op de zorgattesten (samen met de nomenclatuurcode van de prestatie) moet vermeld worden om een terugbetaling mogelijk te maken. Dit nummer verschilt van het visum “bevoegdheid voor uitoefening”, dat vooraf moet worden aangevraagd bij de FOD volksgezondheid. Behalve in geval van schrapping, schorsing of afstand, blijft het achtcijferige RIZIV-nummer (zonder de kwalificatiecode) levenslang bruikbaar. Concreet betekent dit dat gepensioneerde beroepsbeoefenaars het recht behouden om terugbetaalbare zorg te attesteren en in onze statistieken worden opgenomen.
Een zorgverlener kan zonder RIZIV-nummer werken. In dat geval:
- wordt zijn activiteit niet geregistreerd in de databases van het RIZIV
- kan die geen prestaties aan de ziekteverzekering factureren
- staat hij niet in het register van zorgverleners van het RIZIV, terwijl hij wel geregistreerd is bij de FOD (verplicht om te mogen uitoefenen).
Bepaalde specialismen of subspecialismen zijn dus gedeeltelijk of niet vertegenwoordigd in onze databases: arbeidsartsen, verpleegkundigen in rusthuizen, apothekersassistenten, verzorgend personeel, enz.
Sommige zorgverleners hebben meerdere RIZIV-nummers. Dat is het geval wanneer ze officieel erkend zijn om hun beroep uit te oefenen en voor meer dan één bevoegdheid vergoedbaar zijn (ze hebben verschillende bevoegdheidscodes). Voorbeeld: apothekers die ook als bandagist werken. In deze gevallen maken interne coderingen in de databases van het RIZIV het mogelijk om verschillende nummers aan dezelfde persoon te koppelen.
Bovendien kan een zorgverlener met een RIZIV-nummer voor een bepaald jaar al dan niet zorg hebben geattesteerd. Op basis daarvan onderscheidt men twee groepen zorgverleners:
- De beroepsbeoefenaars met recht om prestaties te verrichten: elke zorgverlener die beschikt over een RIZIV-nummer en bevoegd is om gezondheidszorg te verlenen. Dit omvat zowel zelfverklaarde actieve als gepensioneerde zorgverleners. Elke zorgverlener is verantwoordelijk om zijn activiteitsstatus bij te werken via het ProGezondheid-portaal.
- De actieve beroepsbeoefenaar: elke erkende beroepsbeoefenaar die minstens twee keer tijdens het boekjaar heeft geattesteerd, of die in loondienst is bij een medisch huis dat op basis van een forfaitair bedrag werkt. Het functioneren van medische huizen op basis van een forfaitair bedrag sluit namelijk elke praktijk op basis van prestaties uit (hun individuele prestaties zijn niet opgenomen in de prestatieregisters van het RIZIV). Niettemin is het mogelijk om op basis van de gegevens die beschikbaar zijn bij het RIZIV de gemiddelde activiteit van deze categorie van loontrekkenden te kwantificeren, wat hun opname in de lijst van zorgverleners rechtvaardigt.
Ten slotte is het belangrijk om te benadrukken dat:
- De jaarlijkse statistieken van de FOD Volksgezondheid een meer uitgebreide lijst van gezondheidswerkers omvatten (bijvoorbeeld: arbeidsartsen, farmaceutisch-technisch assistenten, ambulancepersoneel, enz.)
- De FOD Volksgezondheid in soortgelijke rapporten zonder onderscheid de termen “beroepsbeoefenaars met recht om prestaties te verrichten” en “beroepsbeoefenaars gemachtigd voor uitoefening” gebruikt. In alle gevallen verschillen de criteria die de FOD hanteert om deze zorgverleners te identificeren van die van het RIZIV, zoals hierboven gedefinieerd
- Het RIZIV beschikt niet over directe informatie over statuut van zorgverleners: werknemer in loondienst, zelfstandige, enz.
Inhoud van de statistieken van het RIZIV over zorgverleners
Elk jaar publiceren we statistieken over zorgverleners in België. Deze gegevens zijn afkomstig uit bredere gegevens die door het RIZIV worden geproduceerd in het kader van internationale statistische rapporten (OESO, WHO, Eurostat).
De hier verstrekte gegevens hebben betrekking op het aantal beroepsbeoefenaars met recht om prestaties te verrichten en de actieve beroepsbeoefenaars. Ze zijn gebaseerd op informatie uit het ProGezondheid-portaal (waaronder de zelf opgegeven werk- en/of contactadressen en de activiteitsstatus van de zorgverlener: actief, gepensioneerd, in het buitenland, enz.) en op het register van individuele prestaties die zijn geregistreerd in de P-Documenten (DocP).
De specialismen zijn onderverdeeld in 12 grote categorieën:
- Huisartsen
- Kinderartsen
- Gynaecologen-verloskundigen
- Psychiaters
- Artsen: specialisten interne geneeskunde of medische groep
- Artsen: chirurgische groep
- Huisartsen met verworven rechten en Artsen zonder specialisme (basisartsen)
- Apothekers
- Tandartsen
- Verpleegkundigen en vroedkundigen
- Kinesitherapeuten
- Paramedische beroepen
Artsen worden ondergebracht in zeven van deze categorieën. Categorieën 1-6 komen grotendeels overeenkomen met de definities van internationale instanties. De zevende categorie artsen omvat huisartsen met verworven rechten en diverse artsen zonder erkenning als huisarts of specialist door het RIZIV (deze artsen mogen slechts een beperkt aantal terugbetaalbare prestaties verrichten).
De indeling in deze 12 grote categorieën kent enkele specifieke kenmerken in vergelijking met wat elders wordt toegepast:
- Neuropediatrische artsen worden gerekend tot de groep ‘kinderartsen’
- Stomatologen worden opgenomen in de chirurgische groep (ze worden bij internationale tellingen opgenomen onder de tandartsen)
- KNO-artsen worden ook ondergebracht bij de groep chirurgen
- En mondhygiënisten worden opgenomen in de groep ‘tandartsen’ (elders worden ze soms ondergebracht bij de paramedische beroepen).
De verstrekte statistieken zijn verdeeld over drie tabellen:
- Tabel 1: het personeelsaantal (beoefenaars met recht om prestaties te verrichten en actieve beroepsbeoefenaars) in het betreffende jaar voor elk van de 12 grote categorieën van specialismen
- Tabel 2: een gedetailleerd overzicht van de specialismen binnen elke grote categorie met aantallen voor het betreffende jaar
- Tabel 3: hetzelfde als Tabel 2, maar toont het aantal actieve beroepsbeoefenaars voor de laatste 10 jaar, om zo de evolutie ervan te kunnen volgen.
De variabelen in deze tabellen zijn, waarbij YYYY staat voor het betreffende jaar:
- “Recht om prestaties te verrichten 31/12/YYYY”. Dit is het aantal beroepsbeoefenaars met recht om prestaties te verrichten. Het is onderverdeeld in drie groepen: personen van 65 jaar en ouder (65+; 65 jaar is tot 2024 de wettelijke pensioenleeftijd), personen jonger dan 65 jaar (-65) en het totaal;
- “Praktijk YYYY”. Dit is het aantal actieve beroepsbeoefenaars;
- “In opleiding YYYY”. Dit geeft informatie over het aantal artsen en tandartsen in opleiding, afzonderlijk geteld (niet opgenomen in de twee voorgaande variabelen). Aangezien hun prestaties slecht zijn geregistreerd in het DocP-prestatieregister (sommige prestaties worden toegewezen aan de stagemeester), geeft dit aantal alleen een indicatie van degenen die gemachtigd zijn om prestaties te verrichten.
- “Dichtheid YYYY”. Op basis van de Belgische bevolking op 1 januari van het jaar YYYY+1 (via Statbel) geeft dit cijfer het gemiddelde aantal actieve beroepsbeoefenaars per 10.000 inwoners weer.
Belangrijke methodologische details met betrekking tot de verstrekte statistieken
- Een telling op 31/12/YYYY. De gerapporteerde cijfers vormen een momentopname van het personeelsaantal op 31 december van het betreffende jaar. Deze keuze om één enkele datum vast te leggen, die mogelijk een zeer klein aantal zorgverleners uitsluit (zij die in de loop van het jaar hebben geattesteerd, maar om verschillende redenen op 31/12/YYYY niet actief waren in België), wordt bepaald door andere parameters (zoals conventiestatus, geldig contactadres, enz.).
- Een zorgverlener wordt slechts één keer geteld, ongeacht het aantal bevoegdheden (aantal RIZIV-nummers) dat die heeft. Door elke zorgverlener slechts één keer te tellen, wordt voorkomen dat het totale aantal beschikbare zorgverleners wordt overschat. Bovendien zal een zorgverlener met twee RIZIV-nummers vaak de voorkeur geven aan één van beide activiteiten. Om deze redenen en met betrekking tot zorgverleners met meer dan één bevoegdheid: (i) werd tot 2023 het specialisme gekozen dat overeenkwam met het hoogste diploma, (ii) wordt vanaf 2024 het specialisme gekozen dat de hoogste RIZIV-vergoeding biedt, in termen van bedrag of, bij gebrek daaraan, aantal prestaties. In twee specifieke situaties wordt het gekozen specialisme echter opgelegd:
- Apothekers-bandagisten (en/of orthopedisch technoloog, implantaatleverancier), worden geteld als apothekers, met uitzondering van apothekers-biologen. Omdat het aantal door het RIZIV terugbetaalde attesteringen bij apothekers zeer beperkt is, zouden deze personen de facto toegewezen worden aan het specialisme van bandagist/orthopedisch technoloog/implantaatleverancier, waarvoor meer wordt terugbetaald. Aangezien de functie van apotheker doorgaans de grootste toegevoegde waarde heeft voor deze zorgverleners, is ervoor gekozen hen in deze functie te behouden;
- Stagiairs die tijdens het jaar de kwalificatie van arts of tandarts hebben behaald. Zij worden, ongeacht het volume dat onder de bevoegdheid van stagiair wordt terugbetaald, toegewezen aan hun specialisme (en niet langer meegeteld onder degenen “in opleiding”) om zo het aantal beschikbare beroepsbeoefenaars op 31/12/YYYY niet te onderschatten.
- Ruwe schatting van het aantal praktiserende apothekers. Deze opmerking heeft geen betrekking op apothekers-biologen. Apothekers hebben relatief weinig terugbetaalde prestaties. Bijgevolg kan het criterium van minstens twee jaarlijkse attesteringen, dat de praktiserende zorgverleners bepaalt, niet op apothekers worden toegepast. Om cijfers over het aantal praktiserende apothekers te geven, tellen we alle apothekers jonger dan 65 jaar in deze categorie als praktiserend (met uitzondering van apothekers-biologen).
- Zorgverleners zonder RIZIV-nummer. Deze statistieken houden enkel rekening met zorgverleners met een RIZIV-nummer. Zorgverleners zonder RIZIV-nummer zijn dus niet opgenomen in deze statistieken. Bovendien kunnen actieve en in loondienst werkende zorgverleners zonder registraties per prestatie (en die dus niet in DocP voorkomen), met uitzondering van artsen in medische huizen, niet tot de actieve beroepsbeoefenaars worden gerekend.
- Uitgesloten of ontbrekende specialismen. Sommige specialismen komen niet voor in de statistische tabellen omdat de gegevens onvolledig zijn of niet beschikbaar bij het RIZIV. Het gaat om de volgende uitsluitingen:
- zorgkundigen
- verzorgend personeel en verpleegkundigen in rusthuizen: afwezig in de statistieken van 2023.
Andere specialismen zijn buiten beschouwing gelaten omdat de gegevens alleen bij de FOD beschikbaar zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval voor:
- arbeidsartsen
- ambulancepersoneel
- technologen medische beeldvorming
- enz.
- Stagiairs worden apart geteld. Stagiairs (ook wel ‘in opleiding’ genoemd) worden niet meegeteld bij het aantal beroepsbeoefenaars met recht om prestaties te verrichten of actieve beroepsbeoefenaars. Ze worden apart geteld.