Farmaceutische specialiteiten

 

Terugbetaalde bedragen in 2013

Tabel 1 geeft de bedragen weer die door de verzekering voor geneeskundige verzorging in 2013 terugbetaald zijn voor voorschriften van farmaceutische specialiteiten.

De bedragen zijn uitgesplitst per grote ATC-klasse (Anatomical Therapeutic Chemical classification) en per type voorschrijver: algemeen geneeskundigen, artsen-specialisten in opleiding, artsen-specialisten en tandheelkundigen.
 
De ingezamelde gegevens slaan enkel op de terugbetaalde voorgeschreven farmaceutische specialiteiten, afgeleverd in publieke apotheken.
 
Zijn dus niet opgenomen in de gegevens:
  • magistrale geneesmiddelen
  • vrij verkochte geneesmiddelen
  • geneesmiddelen die wel onderworpen zijn aan de voorschriftplicht maar die niet terugbetaald zijn
  • geneesmiddelen die in principe wel terugbetaald zijn, maar die in werkelijkheid zonder terugbetaling zijn afgeleverd
  • geneesmiddelen afgeleverd in ziekenhuizen.

Tabel 1 - Terugbetaalde bedragen voor de voorschriften van farmaceutische specialiteiten (in EUR) - Verdeling volgens de ATC-klassen (afleveringsjaar 2013)

Evolutie 2009-2013 van terugbetaalde bedragen, de remgelden, de DDD en de gemiddelde kost 

Tabel 2 geeft de evolutie over de periode 2009-2013 .

De totale kostprijs van farmaceutische specialiteiten is de som van het deel dat de verzekering voor geneeskundige verzorging terugbetaalt en van de persoonlijke aandelen van de patiënten.

De DDD (Defined Daily Doses of gemiddelde dagdosissen) geven een indicatie van de evolutie van het volume. Het aantal DDD stemt overeen met een raming van het aantal dagen behandeling, berekend volgens een gemiddelde dagelijkse posologie, door de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) gedefinieerd.

De gemiddelde kost is de verhouding terugbetaalde bedragen / DDD en geeft de kostprijs weer per behandelingsdag voor de verzekering voor geneeskundige verzorging.

De totalen voor 2013 van tabel 11 zijn een beetje hoger dan de totalen in tabel 10, omdat voor een deel van de gegevens de kwalificatie van de voorschrijver niet kon worden bepaald. Die gegevens komen dan ook niet voor in tabel 10.

Tabel 2 - Voorschriften van farmaceutische specialiteiten - Verdeling volgens de ATC-klassen

De uitgaven in 2009, 2010 en 2011 stegen (+2,7%, +1,5% en +2,1%), maar een stuk minder dan in 2007 en 2008 (+6,1% en +7,8%). In 2012 en 2013 daarentegen daalden de uitgaven met 2,9% respectievelijk 2,7%. Een daling van de uitgaven was geleden van de periode 2005-2006, toen budgettaire maatregelen geleid hebben tot een  vermindering van de kosten van geneesmiddelen.

In 2012-2013 zette de daling van de gemiddelde kost zich verder (de opname van atorvastatine in het systeem van de referentieterugbetaling heeft een belangrijke impact), terwijl de volumes veel minder stijgen dan de voorgaande jaren. Het aantal DDD nam in 2012 toe met 2,3% en in 2013 met 1,8%. Dit zijn de twee laagste groeipercentages van de laatste 15 jaar (4,6% gemiddeld).

Twee factoren bepalen de globale evolutie van de uitgaven:

  • de evolutie van de gemiddelde kost
  • de evolutie van het volume (DDD)

Evolutie van de gemiddelde kost

De gemiddelde kost daalt in de periode 2009-2013 met 11,5%.

De gemiddelde kost van de belangrijke klassen daalt, zoals:

  • de klasse A (maagdarmkanaal en stofwisseling): het gevolg van budgettaire maatregelen (referentieterugbetaling, daling van de prijs van oude geneesmiddelen) en van de stijgende concurrentie van generische geneesmiddelen in die klassen
  • de klasse B (bloed en bloedvormende organen): het gevolg van de terugbetaling, vanaf 2008, van aspirine ter preventie van hart- en vaatrisico’s (met een zeer lage kost per DDD).
  • de klasse C (hartvaatstelsel): het gevolg van budgettaire maatregelen (referentieterugbetaling (atorvastatine), daling van de prijs van oude geneesmiddelen)
  • de klasse N (zenuwstelsel): het gevolg van budgettaire maatregelen (referentieterugbetaling, daling van de prijs van oude geneesmiddelen)
  • de klasse R (ademhalingsstelsel): het gevolg van een wijziging in de terugbetaling van tiotropium bromide vanaf april 2012, budgettaire maatregelen (referentieterugbetaling, daling van de prijs van oude geneesmiddelen)

In de klasse V (diverse middelen) is er ook een belangrijke daling van de gemiddelde kost (-56,9%) die vooral te wijten is aan het stopzetten van de terugbetaling van vloeibare zuurstof in de openbare apotheken vanaf 1 juli 2012. Vanaf dan wordt vloeibare zuurstof voorbehouden aan de lange termijn zuurstoftherapie via de revalidatieovereenkomst in het ziekenhuis. 

Evolutie van het volume

Het volume stijgt in de periode 2009-2013 met 10,6%.

De volumestijgingen zijn het hoogst in de volgende klassen:

  • A (vooral maagzuurremmers en orale antidiabetica)
  • B (aspirine ter preventie van hart- en vaatrisico’s, nieuwe orale anticoagulantia)
  • H (schildklierhormonen)
  • L (immunosuppressiva: TNF-alfa remmers en overige immunosuppressiva)
  • N (analgetica, anti-epileptica, antipsychotica en antidepressiva)
  • R (sympathicomimetica via inhalatie, antihistaminica voor systemisch gebruik) 

De daling van de globale gemiddelde kost neemt in de periode 2009-2013 de bovenhand van de volumestijging, waardoor er een kleine afname van de globale uitgaven is met 2,1%.

De grootste absolute stijging in de uitgaven vinden we terug in de klasse L (+37 mio EUR; sterke stijging van de uitgaven bij de TNF-alfa remmers), de klasse C kende de grootste daling in absolute uitgaven (-101 mio EUR; daling van de uitgaven van atorvastatine).

Voor de andere klassen was de absolute stijging of daling in uitgaven minder uitgesproken.

Laatst aangepast op 31 januari 2018