print

Antibiotica: indicatoren voor het doelmatig voorschrijven van antibiotica door huisartsen

Het onnodig dure of overbodige karakter van verstrekkingen door zorgverleners kan worden geëvalueerd op basis van indicatoren van manifeste afwijking van goede medische praktijk, vastgesteld door de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie (NRKP).

De NRKP heeft drie indicatoren van manifeste afwijking van goede medische praktijk goedgekeurd voor het doelmatig voorschrijven van antibiotica door huisartsen met het oog op de bestrijding van de antibioticaresistentie en de afname van nosocomiale infecties (in het ziekenhuis).

Op deze pagina:

Wat houden deze indicatoren in?

  • De kwantitatieve indicator mikt op een daling van 40% van het aantal  voorschriften voor antibiotica door huisartsen en wordt apart vastgesteld voor:
    • kinderen (≤ 14 jaar)
    • jongeren en volwassenen (≥ 15 jaar).

Minstens 40 % van de voorschriften worden gezien als overbodig wanneer antibiotica worden voorgeschreven voor aandoeningen die niet reageren op antibiotica.14% van die onnodige voorschriften zien we bij een banale verkoudheid,  19% bij griep en 14% bij niet-infectieus gerelateerde klachten.

VOORSCHRIFTEN VOOR ANTIBIOTICA PER LEEFTIJDSCATEGORIE

Deze indicator geeft het maximum percentage patiënten met een voorschrift voor een antibioticum weer ten opzichte van het totale aantal patiënten met een voorschrift voor een farmaceutische specialiteit.

De NRKP heeft dat maximum percentage vastgelegd op 45% voor patiënten tot en met 14 jaar en op 23% voor patiënten vanaf 15 jaar.

waarbij:

pat_AB = aantal patiënten met een voorschrift voor een terugbetaald antibioticum (ATC J01)

pat_farma spec = aantal patiënten met een voorschrift voor een terugbetaalde farmaceutische specialiteit (geneesmiddelen met terugbetalingscategorie 0750514, 0750536, 0750551, 0750573, 0750595, 0753476, 0753491, 0758015, 0758030, 0758052, 0758074, 0758096, 0758111, 0758133)

  • De 2 kwalitatieve indicatoren focussen op een drastische vermindering van antibiotica die voorbehouden zijn voor specifieke situaties, de zogenaamde tweedelijnsantibiotica. Die wordt nu veel te vaak onterecht voorgeschreven ten nadele van de aangeraden eerstelijnsantibiotica.

Wanneer een antibioticum therapeutisch verantwoord is, opteert men vaak in eerste instantie voor amoxicilline conform de aanbevelingen van BAPCOC (Belgische commissie voor de coördinatie van het antibioticabeleid). Enkel in gevallen van penicilline-allergie of -intolerantie opteert men voor een tweedelijnsantibioticum.
Specifieke infectieuze aandoeningen vereisen wel een tweedelijnsantibioticum, aangezien klassieke penicillines niet werkzaam zijn tegen deze pathogenen (bv. een mycoplasma-infectie).

Om de hoeveelheid antibiotica te bepalen, baseren de kwalitatieve indicatoren zich op de Daily Defined Dose (DDD). Dit is de standaard dagdosering van de werkzame stof die per dag wordt toegediend wanneer deze wordt voorgeschreven voor zijn hoofdindicatie. Een berekening in DDD is nauwkeuriger dan een berekening per verpakking (bv. dozen, flessen). De dosis kan immers sterk variëren van verpakking tot verpakking.

VOORSCHRIFTEN VOOR “ZUIVERE” AMOXICILLINE

Deze indicator geeft het minimum percentage DDD “zuivere” amoxicilline (niet gecombineerd met clavulaanzuur) weer ten opzichte van het totale aantal DDD amoxicilline (al dan niet gecombineerd met clavulaanzuur).

De NRKP heeft dat minimum percentage vastgelegd op 80%.

waarbij:

DDD amoxi = aantal DDD (defined daily dose) aan voorgeschreven en terugbetaalde amoxicilline (ATC J01CA04)

DDD amoxiclav = aantal DDD aan voorgeschreven en terugbetaalde amoxicilline geassocieerd met clavulaanzuur (ATC J01CR02)

VOORSCHRIFTEN VOOR TWEEDELIJNSANTIBIOTICA

Deze indicator geeft het maximum percentage DDD tweedelijnsantibiotica weer ten opzichte van het totale aantal DDD antibiotica.

De NRKP heeft dat maximum percentage vastgelegd op 20%.

waarbij:

DDD tweedelijnsAB = aantal DDD aan voorgeschreven en terugbetaalde tweedelijnsantibiotica : amoxicilline geassocieerd met clavulaanzuur (ATC J01CR02), cefalosporines (ATC J01D), chinolonen (ATC J01M) en macroliden (ATC J01FA)

DDD AB = aantal DDD aan voorgeschreven en terugbetaalde antibiotica (ATC J01)

Waarom werden deze indicatoren voorgesteld?

We vragen de artsen vanaf nu met deze indicatoren rekening te houden wanneer ze antibiotica voorschrijven. Dat is van belang voor de volksgezondheid. Alleen met een drastische vermindering van overbodige antibioticavoorschriften kunnen we de antibioticaresistentie indijken en nosocomiale infecties voorkomen. Minder antibioticaverbruik is ook goed voor het milieu en financieel voordelig voor de patiënt en de ziekteverzekering.

Deze indicatoren hebben alleen betrekking op de artsen met bevoegdheidscodes 000, 001, 002, 003, 004, 005, 006, 008 en 009.

België is binnen de EU één van de grootste antibioticaverbruikers. De invoering van deze nieuwe indicatoren komt tegemoet aan de aanbevelingen van het Rekenhof (december 2022 -)en de door de Europese ministers van volksgezondheid, waaronder minister Frank Vandenbroucke, vooropgestelde doelstellingen om de menselijke consumptie van antibiotica substantieel te doen dalen tegen 2030 (juni 2023). 

De bestaande richtlijnen op basis van de onderzoeksresultaten opgenomen in de “Eurobarometer rapporten” en gevalideerd door de ECDC (European Centre for Disease prevention and Control) en de aanbevelingen door BAPCOC (Belgische Commissie voor de Coördinatie van het Antibioticabeleid) zijn de basis om de verantwoordingsdrempel van de indicatoren vast te leggen. Minimaal 40% van de voorgeschreven antibiotica blijkt overbodig.

Hoewel elke indicator een weerslag kan hebben op de begroting, is het doel ervan geenszins te besparen. In sommige gevallen zal er bespaard worden, terwijl in andere gevallen extra uitgaven voor geschiktere zorg nodig zullen zijn. Als er echter middelen vrijkomen, kunnen deze worden geïnvesteerd in de gezondheidszorg.

De minder-uitgaven op jaarbasis voor de ziekteverzekering worden in het geval van deze nieuwe indicatoren geraamd op maximaal 15,4 miljoen euro. De eigen uitgaven voor de patiënten kunnen teruglopen met 9,6 miljoen euro.

Het invoeren van indicatoren met een verantwoordingsdrempel is slechts één van de hefbomen om het overbodig antibioticagebruik tegen te gaan. Bijkomende flankerende maatregelen worden daarom uitgewerkt binnen de diverse gezondheidszorgadministraties (RIZV, FAGG, FOD VG,…).

Er wordt hierbij onder meer voorzien in de verplichte aflevering en tarificatie van antibiotica per eenheid, met geplande uitrol tegen einde 2024.

Daarnaast worden de artsen-voorschrijvers extra ondersteund met het aanreiken van handige hulpmiddelen om de richtlijnen zo maximaal mogelijk te kunnen opvolgen.

Bovendien zal iedereen die baat heeft bij een behandeling met antibiotica, die blijven ontvangen. De therapeutische vrijheid van de arts blijft onaangeroerd.

De totstandkoming van deze indicatoren kan geraadpleegd worden in het NRKP-dossier.

Hoe sensibiliseren we de huisartsen?

Toen de indicatoren in het Belgisch Staatsblad werden gepubliceerd, heeft onze DGEC een sensibiliseringsbrief naar de betrokken artsen verzonden over de naleving van deze indicatoren.

In juli 2024 heeft onze DGEC een brief met individuele feedback verzonden naar de huisartsen die minstens één door de ziekteverzekering terugbetaald antibioticum hebben voorgeschreven in de voorbije 5 jaar, vóór de publicatie van de indicatoren dus. De huisartsen hadden tot voor de verzending van die brief nog niet de kans om hun voorschrijfgedrag aan te passen. Met deze feedback kunnen zij zich situeren ten opzichte van de indicatoren en de andere huisartsen. Zo kunnen ze indien nodig hun voorschrijfgedrag aanpassen.

We zullen de naleving van de indicatoren jaarlijks evalueren, ten vroegste één jaar na het versturen van de brief met individuele feedback. Bij overschrijding van de verantwoordingsdrempel kan onze DGEC de arts vragen zich te verantwoorden. Aangezien de indicatoren niet absoluut zijn, blijven gemotiveerde uitzonderingen mogelijk.

 

Contacten

Secretariaat van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle

Tel: +32 (0)2 739 75 08

E-mail: secr.dgec.secm@riziv-inami.fgov.be