Ziekenhuisverblijven voor “laagvariabele zorg”: Hoe berekenen we de globale prospectieve bedragen?

Op 1 januari 2019, wordt voor de ziekenhuisverblijven tijdens welke standaardiseerbare, weinig complexe zorg wordt verleend, die van de ene patiënt tot de andere en van ziekenhuis tot ziekenhuis weinig verschilt, het bedrag van de honoraria dat door de zorgverzekering wordt vergoed globaal en in elk ziekenhuis dezelfde.

Hoe berekenen we de globale prospectieve bedragen? Hoe kunnen ze evolueren? Veranderen ze als het ziekenhuis een overeenkomst heeft, als de zorgverlener geaccrediteerd is?


Berekening van de globale prospectieve bedragen

Hoe berekenen we het globaal prospectief factureerbaar bedrag per verblijf ?

Voor elk van de 57 patiëntengroepen wordt de mediaan van het totaal van de honoraria berekend (na uitsluiting van bepaalde nomenclatuurcodenummers). Er werd geopteerd voor de mediaan, omdat die minder gevoelig is voor extreme waarden (onder- en overconsumptie) dan het gemiddelde en omdat daardoor de financiering van een "doorsneepraktijk" dichter kan worden benaderd.

Waarom de medianen corrigeren ?  

Voor de meeste patiëntengroepen lag het mediaanbedrag lager dan dat van het gemiddelde. De toepassing van de mediaan zou een negatieve impact hebben voor de ziekenhuizen, aangezien de volledige budgettaire massa van die verblijven niet zou worden herverdeeld.
Daarom (en voor deze groepen waarbij de mediaan lager was dan het gemiddelde)yu! werd de mediaan verhoogd met een bepaald percentage met het oog op een volledige herverdeling van de budgettaire massa.

Het nieuwe financieringssysteem bevat dus geen enkele besparingsmaatregel. Met het systeem wordt een volledige herverdeling van de globale honorariamassa beoogd.

Evolutie van de globale prospectieve bedragen

Zal het globaal prospectief bedrag elk jaar worden aangepast?

Ja, de globale prospectieve bedragen worden elk jaar herberekend.

Hoe zal men de globale prospectieve bedragen die op basis van de gegevens 2016 zijn berekend, extrapoleren naar 2019 ?

Voor elke patiëntengroep kennen wij exact de verstrekkingen waaruit ze zijn samengesteld, het aantal gefactureerde gevallen voor die verstrekkingen, de waarde van het honorarium op 1 januari 2016 en het honorarium op 1 januari 2018.
Op die basis kan het percentage van de evolutie tussen beide jaren worden berekend en kan dat percentage worden toegepast op het globaal prospectief bedrag dat op basis van de gegevens 2016 is berekend. Wanneer de honoraria op 1 januari 2019 bekend zullen zijn, kan dezelfde redenering worden gevolgd voor de berekening van de globale prospectieve bedragen op 1 januari 2019.
De presentatie van 18 juni 2018 illustreert dit.

Wat zal er gebeuren wanneer de honoraria in de loop van het jaar worden geïndexeerd? 

Die indexeringen zullen worden opgenomen in de volgende berekening (op 1 januari N+1).

Mededeling van de globale prospectieve bedragen

Hoe zullen de globale bedragen worden meegedeeld? 

De globale bedragen per patiëntengroep per opname zullen worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en daarnaast worden deze via Librhos overgemaakt aan de ziekenhuizen.

Hebben de revalidatie-overeenkomsten of de accreditering een invloed op het globaal bedrag?

Wordt in de globale bedragen rekening gehouden met de ziekenhuizen die een revalidatieovereenkomst met het RIZIV hebben gesloten?

Nee. Voor de verblijven die verband houden met de patiëntengroepen die zijn opgenomen voor een totale heupprothese (THP) en een totale knieprothese (TKP) hebben de administraties van het RIZIV en de FOD Volksgezondheid de gemiddelde honoraria vergeleken naargelang het verblijf al dan niet plaatsvindt in een ziekenhuis dat een revalidatieovereenkomst heeft gesloten.
65 % van de THP's en TKP's die zijn opgenomen in het nieuwe financieringssysteem, wordt uitgevoerd in ziekenhuizen die een revalidatieovereenkomst hebben gesloten. Dat criterium heeft echter weinig invloed op de globale gemiddelde bedragen. Op basis van die analyse is beslist om die patiëntengroepen niet op te splitsen naargelang het ziekenhuis al dan niet een revalidatieovereenkomst heeft gesloten.
Er moet op worden gewezen dat patiënten met fracturen, heringrepen en infecties uit de laagvariabele patiëntengroepen zijn verwijderd.

Wordt in het globaal bedrag rekening gehouden met het statuut "geaccrediteerd" en "niet-geaccrediteerd" van de arts? 

Er is geen ander bedrag naargelang de arts geaccrediteerd is of niet. Het totaalbedrag van de accrediteringsvergoeding vertegenwoordigt 0,63 % van de totale uitgaven van de 57 patiëntengroepen  en 0,98 % van het totaal van de inkomsten betreffende de accreditering.

De meeste inkomsten die verband houden met de accreditering, vloeien enerzijds voort uit de ambulante verstrekkingen en anderzijds uit de ziekenhuisverblijven die buiten het nieuwe systeem vallen. Het principe van de accreditering en de meerwaarde ervan voor het gezondheidszorgsysteem en de zorgverleners zal door de inclusie van de accrediteringsvergoeding in de globale bedragen bijgevolg niet op losse schroeven worden gezet.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 26 oktober 2018