Verbod om het attesteren van kinesitherapie te cumuleren met bepaalde andere verstrekkingen

U mag geen kinesitherapieverstrekkingen attesteren via artikel 7 van de nomenclatuur als de kinesitherapeutische zorg al ten laste wordt genomen in het kader van de fysiotherapie of de centra voor ambulante revalidatie (CAR). Gelieve die cumulatieverboden in acht te nemen om problemen met de terugbetaling van kinesitherapieverstrekkingen te vermijden.

Cumuleer geen kinesitherapieverstrekkingen met fysiotherapieverstrekkingen

U mag op dezelfde dag :

  • een kinesitherapiebehandeling via de nomenclatuur
    niet cumuleren met
  • de verstrekkingen van artikel 22, II (Fysische geneeskunde en revalidatie: Therapeutische verstrekkingen, revalidatieverstrekkingen en revalidatiebehandelingen).

Art. 23, § 1e van de nomenclatuur

Cumuleer geen kinesitherapieverstrekkingen met revalidatieverstrekkingen in een CAR

U mag:

  • een kinesitherapiebehandeling via de nomenclatuur
    niet cumuleren met
  • de revalidatie in een centrum voor ambulante revalidatie (CAR).

Dat verbod geldt niet alleen voor de dagen waarop de patiënt revalidatieverstrekkingen in het centrum ontvangt, maar ook voor de dagen waarop de patiënt geen enkele revalidatieverstrekking in het centrum ontvangt ,maar die vallen in de periode van de tenlasteneming door het centrum.

Art. 46 tot 56 van de overeenkomst met de CAR

Uitzonderingen

Een rechthebbende mag het revalidatieprogramma in de inrichting, tijdens de hele periode van tenlasteneming van de revalidatie, nooit cumuleren met kinesitherapieverstrekkingen uit artikel 7 van de nomenclatuur (KB van 14.9.1984). Deze bepaling is niet alleen van toepassing op de dagen dat er zittingen in het kader van deze overeenkomst worden gerealiseerd, maar ook op dagen dat er geen zittingen in het kader van deze overeenkomst worden gerealiseerd.

In de volgende gevallen mogen de kinesitherapieverstrekkingen echter nog wel buiten de inrichting worden verricht:

  • voor rechthebbenden die tot groep 14 (hersenverlamming) behoren
  • voor rechthebbenden die lijden aan een van de aandoeningen bedoeld in artikel 7, § 3, 3° van het koninklijk besluit van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen (E-pathologieën)
  • bij wijze van uitzondering en met toestemming van de adviserend arts van de verzekeringsinstelling van de rechthebbende, na een aanvraag tot afwijking die door de inrichting aan de adviserend arts wordt gericht voor een rechthebbende die tijdelijk kinesitherapieverstrekkingen zou moeten kunnen genieten voor een aandoening die geen verband houdt met de revalidatie van de rechthebbende in de inrichting
  • tijdens de periode van tenlasteneming van een multidisciplinair aanvangsbilan in de inrichting, als er vóór de start van het aanvangsbilan in de inrichting al een periode van tenlasteneming van kinesitherapieverstrekkingen liep. In dat geval mogen de monodisciplinaire kinesitherapieverstrekkingen worden voortgezet tot de inrichting start met gewone multidisciplinaire revalidatieverstrekkingen.

In afwijking van alle vermelde uitzonderingen, mag een rechthebbende het revalidatieprogramma in de inrichting nooit in dezelfde periode cumuleren met kinesitherapieverstrekkingen die bedoeld zijn in artikel 7, § 1er, 6° van de nomenclatuur wegens de situatie ‘psychomotorische ontwikkelingsstoornissen’, zoals omschreven in § 14, 5 °, B. b) van datzelfde nomenclatuurartikel.

Deze cumulatie is echter wel mogelijk tijdens de periode van tenlasteneming van een multidisciplinair aanvangsbilan.

Meer informatie

Akkoord en overneenkomst

Contacten

 

Laatst aangepast op 05 februari 2018