Het bewijsstuk voor de patiënt - Thuisverpleging

Als thuisverpleegkundige moet u in bepaalde situaties aan de patiënt een bewijsstuk uitreiken, waarop duidelijk het te betalen bedrag, de tegemoetkoming van het ziekenfonds, enz. vermeld zijn.

Wanneer moet u een bewijsstuk uitreiken aan uw patiënt?

Vanaf 1 juli 2015 moet u in de volgende 2 gevallen een bewijsstuk uitreiken aan uw patiënt:

  1. als u naast vergoedbare verstrekkingen ook niet-vergoedbare verstrekkingen aanrekent

Overgangsperiode tot 30 september 2015
Opdat u de verplichting zou kunnen nakomen, stellen we alles in het werk om het bewijsstuk door alle softwareprogramma’s automatisch te laten genereren tegen 1 oktober 2015. U moet de verplichting dus uiterlijk op 1 oktober 2015 nakomen.

De organen van de verplichte ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) die bevoegd zijn voor uw sector hebben specifieke modaliteiten vastgesteld voor het bewijsstuk voor de thuisverpleging. De modaliteiten die hier vermeld zijn, zijn van toepassing vanaf 1 oktober 2015.

U moet het bewijsstuk maandelijks uitreiken aan uw patiënt, zo snel mogelijk en ten laatste 28 kalenderdagen na het versturen van de facturatie.
Bij correctiefacturen, herindieningen, herfacturaties en terugvorderingen moet u ten laatste op het einde van de betrokken procedure een nieuw bewijsstuk uitreiken aan uw patiënt, zodat hij alle correcte informatie heeft.

Wat moet u op het bewijsstuk vermelden?

Op het bewijsstuk (één document dat verschillende luiken of bladen kan bevatten) moet u het volgende vermelden:

  • de conventiestatus van de verpleegkundige die betrokken is bij de verstrekkingen op het bewijsstuk
  • een voor de patiënt beknopte en verstaanbare omschrijving naast elke vergoedbare verstrekking, vermeld met zijn nomenclatuurcode
  • de volledige kost voor de patiënt.

Rekent u de verstrekkingen aan als groep van verpleegkundigen? Dan kunt u het bewijsstuk versturen in naam van die groep in plaats van voor de individuele verpleegkundigen die betrokken waren bij de vermelde verstrekkingen. In dat geval moet u volgende gegevens vermelden:

  • het groepsnummer ‘derdebetaler’ (als de groep met een uniek derdebetalersnummer aanrekent)
  • de naam van de groep
  • het contactadres
  • de naam van de contactpersoon
  • de namen van de verpleegkundigen en zorgkundigen die betrokken waren bij de vermelde verstrekkingen.

Opmerking:
Gelijksoortige verstrekkingen mag u groeperen op het bewijsstuk. De concrete invulling hiervan wordt aan u of aan de groep van verpleegkundigen overgelaten.

Aan wie reikt u het bewijsstuk uit?

U kunt het bewijsstuk uitreiken aan uw patiënt, zijn wettelijk vertegenwoordiger of zijn bewindvoerder.

Belangrijk:
Als u het bewijsstuk niet aan uw patiënt zelf uitreikt, dan moeten de patiënt en de persoon die het bewijsstuk ontvangt daarvoor toestemming geven (wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt). U moet het bewijs van die toestemmingen aan de bevoegde organen kunnen voorleggen bij controle.

Op welke manier reikt u het bewijsstuk uit?

U moet het bewijsstuk uitreiken op een van de volgende manieren:

  • op papier
  • elektronisch via een mailadres (via een beveiligd uitwisselingssysteem dat een gelijkwaardig veiligheidsniveau als de eBox garandeert mits goedkeuring van het Sectoraal comité)
  • via een eBox (= een beveiligde elektronische brievenbus, ontwikkeld voor de overdracht van het bewijsstuk). Dat kan bv. een eigen klantenportaal zijn.

Voor de elektronische uitreiking moet er rekening gehouden worden met andere toepasselijke reglementeringen, in het bijzonder voor wat betreft de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Bovendien, dan moet de patiënt hiermee uitdrukkelijk hebben ingestemd en moet u een courant leesbaar formaat gebruiken (bv. Word, PDF, enz.).

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 13 augustus 2018